Art. 129 Richtlijn 2013/36/EU, Vereiste een kapitaalconserveringsbuffer aan te houden

Richtlijn 2013/36/EU

1. De lidstaten verplichten de instellingen ertoe om, naast het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden om te voldoen aan het bij artikel 92 van Verordening (EU) nr. 575/2013 opgelegde eigenvermogensvereiste, een uit tier 1-kernkapitaal bestaande kapitaalconserveringsbuffer aan te houden die gelijk is aan 2,5 % van het totaal van de overeenkomstig artikel 92, lid 3, van die verordening berekende risicoposten, op individuele en geconsolideerde basis, als toepasselijk overeenkomstig deel 1, titel II, van die verordening.

2. In afwijking van lid 1 kan een lidstaat kleine en middelgrote beleggingsondernemingen vrijstellen van de in dat lid bepaalde vereisten, mits die vrijstelling geen bedreiging vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel van die lidstaat.

Het besluit over de toepassing van een dergelijke vrijstelling wordt naar behoren met redenen omkleed, licht toe waarom de vrijstelling geen bedreiging voor de stabiliteit van het financiële stelsel van de lidstaat vormt en geeft een precieze omschrijving van de kleine en middelgrote beleggingsondernemingen die worden vrijgesteld.

De lidstaten die besluiten een dergelijke vrijstelling toe te passen, stellen de Commissie, het ESRB, de EBA en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten daarvan dienovereenkomstig in kennis.

3. Voor de toepassing van lid 2 wijst de lidstaat de met de toepassing van dit artikel belaste autoriteit aan. Deze autoriteit is de bevoegde autoriteit of de aangewezen autoriteit.

4. Voor de toepassing van lid 2 worden beleggingsondernemingen als klein en middelgroot aangemerkt overeenkomstig Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (31).

5. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden om te voldoen aan het vereiste van lid 1 van dit artikel, mag door de instellingen niet worden gebruikt om te voldoen aan de krachtens artikel 104 opgelegde vereisten.

6. Indien een instelling niet ten volle aan het vereiste van lid 1 van dit artikel voldoet, is zij onderworpen aan de in artikel 141, leden 2 en 3, bepaalde beperkingen op uitkeringen.