Art. 128 Richtlijn 2013/36/EU, Definities

Richtlijn 2013/36/EU

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

1) "kapitaalconserveringsbuffer": het eigen vermogen dat een instelling overeenkomstig artikel 129 moet aanhouden;

2) "instellingsspecifieke contracyclische kapitaalbuffer": het eigen vermogen tot het aanhouden waarvan een instelling overeenkomstig artikel 130 verplicht is;

3) "MSI-buffer": het eigen vermogen dat verplicht is aan te houden in overeenstemming met artikel 131, lid 4;

4) "ASI-buffer": het eigen vermogen waarvan het aanhouden verplicht kan worden in overeenstemming met artikel 131, lid 5;

5) "systeemrisicobuffer": het eigen vermogen tot het aanhouden waarvan een instelling overeenkomstig artikel 133 verplicht is of kan worden verplicht;

6) "gecombineerd buffervereiste": het totale tier 1-kernkapitaal dat nodig is om te voldoen aan het vereiste voor de kapitaalconserveringsbuffer, uitgebreid met het volgende, naar gelang toepasselijk:

a) een instellingsspecifieke contracyclische kapitaalbuffer;

b) een MSI-buffer;

c) een ASI-buffer;

d) een systeemrisicobuffer;

7) "contracyclisch bufferpercentage": het percentage dat de instellingen moeten toepassen om hun instellingsspecifieke anticyclische kapitaalbuffer te berekenen en dat naar gelang van het geval overeenkomstig artikel 136, artikel 137 of door een relevante autoriteit van een derde land wordt bepaald;

8) "instelling waaraan op nationaal niveau vergunning is verleend": een instelling waaraan vergunning is verleend in de lidstaat waarvoor een welbepaalde aangewezen autoriteit verantwoordelijk is voor het bepalen van het contracyclische bufferpercentage;

9) "bufferrichtsnoer": een benchmarkbufferpercentage dat wordt berekend overeenkomstig artikel 135, lid 1.

Dit hoofdstuk geldt niet voor beleggingsondernemingen die geen vergunning hebben voor het verrichten van de in bijlage I, deel A, punten 3 en 6, van Richtlijn 2004/39/EG vermelde beleggingsdiensten.