Art. 110 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Groen oogsten en niet oogsten
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011
1. Alvorens tot groen oogsten wordt overgegaan, controleren de lidstaten ter plaatse of de betrokken producten niet beschadigd zijn en of de betrokken oppervlakte goed is onderhouden. Na het groen oogsten controleren de lidstaten of de gewassen op de betrokken oppervlakte volledig zijn geoogst en het geoogste product is gedenatureerd.
Na afloop van de oogstperiode controleren de lidstaten de betrouwbaarheid van de in artikel 85, lid 2, bedoelde op de verwachte marktsituatie gebaseerde analyse. Zij verrichten tevens een analyse van eventuele verschillen tussen de verwachte en de reële marktsituatie.
2. Alvorens tot niet oogsten wordt overgegaan, controleren de lidstaten ter plaatse of de betrokken oppervlakte goed is onderhouden, of de gewassen nog niet gedeeltelijk zijn geoogst en of het product goed ontwikkeld is en van een deugdelijke handelskwaliteit zou zijn.
De lidstaten vergewissen zich ervan dat de productie is gedenatureerd. Indien dat niet mogelijk is, vergewissen zij zich tijdens controles ter plaatse of bezoeken gedurende het oogstseizoen ervan dat niet wordt geoogst.
3. Artikel 109, leden 1, 2, 3 en 6, zijn van overeenkomstige toepassing.