Art. 107 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Controles ter plaatse van maatregelen in het kader van operationele programma's
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011
1. Tijdens de controles ter plaatse van maatregelen in het kader van operationele programma's, verifiëren de lidstaten met name het volgende:
a) de uitvoering van de in het operationele programma opgenomen acties;
b) de overeenstemming van de uitvoering of geplande uitvoering van de actie met de beschrijving van de toepassing van de actie in het goedgekeurde operationele programma;
c) voor een adequaat aantal uitgavenposten, de overeenstemming van de aard en het tijdstip van de betrokken uitgaven met de EU-bepalingen en de goedgekeurde specificaties;
d) de mogelijkheid de gedane uitgaven te staven aan de hand van boekhoudkundige of andere documenten, en
e) de waarde van de afgezette productie.
2. De waarde van de afgezette productie wordt geverifieerd op basis van het krachtens de nationale wetgeving gecontroleerde en gecertificeerde financiële boekhoudsysteem.
Met het oog daarop kunnen de lidstaten beslissen dat de opgave van de waarde van de afgezette productie op dezelfde manier wordt gecertificeerd als de financiële boekhoudkundige gegevens.
De controle van de opgave van de waarde van de afgezette productie mag worden uitgevoerd vóór de betrokken steunaanvraag wordt ingediend. De controles worden uiterlijk vóór de betaling van de steun uitgevoerd.
3. Behalve in uitzonderlijke omstandigheden omvat de controle ter plaatse een bezoek aan de actie of, indien de actie niet tastbaar is, de promotor van de actie. Met name acties in individuele bedrijven die tot het in artikel 106, lid 2, bedoelde monster behoren, worden ten minste één keer per jaar bezocht om de uitvoering ervan te verifiëren.
De lidstaat kan echter besluiten van een dergelijk bezoek af te zien wanneer de acties kleinschalig zijn of wanneer volgens de lidstaat slechts een gering risico bestaat dat de voorwaarden voor het ontvangen van steun niet zijn vervuld of niet is voldaan aan de eis dat de actie een reëel karakter moet hebben. Dit besluit en de motivering ervan worden geregistreerd.
4. De controle ter plaatse heeft betrekking op alle door de producentenorganisatie of de leden ervan aangegane verbintenissen en verplichtingen die tijdens het bezoek kunnen worden gecontroleerd.
5. Alleen controles die aan alle eisen van het onderhavige artikel voldoen, mogen worden meegerekend om te bepalen of het in artikel 106, lid 2, vastgestelde controlepercentage is bereikt.