Art. 109 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Controles van het tweede niveau met betrekking tot het uit de markt nemen van producten

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011

1. In het kader van de in artikel 106 bedoelde controles voeren de lidstaten controles van het tweede niveau uit op het uit de markt nemen van producten.

De lidstaten stellen criteria vast om te analyseren en beoordelen of voor een bepaalde producentenorganisatie het risico bestaat dat deze bij het uit de markt nemen van producten de regelgeving niet in acht heeft genomen. Deze criteria hebben onder meer betrekking op de bevindingen bij eerdere controles van het eerste en het tweede niveau en op de vraag of de producentenorganisatie over een kwaliteitsborgingsprocedure beschikt. Aan de hand van deze criteria stellen de lidstaten voor elke producentenorganisatie een minimale frequentie van de controles van het tweede niveau vast.

2. De in lid 1 bedoelde controles omvatten controles ter plaatse bij de producentenorganisaties en bij de ontvangers van de uit de markt genomen producten, en hebben tot doel vast te stellen of de voorwaarden voor de betaling van de EU-steun in acht zijn genomen. Deze controles omvatten:

a) een verificatie van de aparte voorraadboekhouding en financiële boekhouding die moeten worden gevoerd door elke producentenorganisatie die tijdens het betrokken verkoopseizoen ten minste één keer producten uit de markt neemt;

b) een verificatie van de in de steunaanvragen opgegeven afgezette hoeveelheden, door met name de voorraad- en financiële boekhouding en de facturen – desnoods tevens op waarheidsgetrouwheid – te controleren en na te gaan of die opgaven in overeenstemming zijn met de boekhoudkundige en/of fiscale gegevens van de betrokken producentenorganisaties;

c) controles op de juistheid van de boekhouding, met name door na te gaan of de opgaven van de door de producentenorganisaties verkregen netto-ontvangsten in de betalingsaanvragen waarheidsgetrouw zijn, of de kosten die eventueel voor het uit de markt nemen van producten in rekening zijn gebracht, evenredig zijn en of deze bedragen correct zijn, en

d) controles van de in de betalingsaanvragen opgegeven bestemming van de uit de markt genomen producten en van de passende denaturering van deze producten, om na te gaan of de bepalingen van deze verordening door de producentenorganisaties en de ontvangers zijn nageleefd.

3. De in lid 2 bedoelde controles worden verricht bij de betrokken producentenorganisaties en de ontvangers waarmee deze organisaties samenwerken. Elke controle heeft onder meer betrekking op een monster van ten minste 5 % van de in de loop van het verkoopseizoen door de producentenorganisatie uit de markt genomen hoeveelheden.

4. In de in de lid 2, onder a), bedoelde aparte voorraadboekhouding en financiële boekhouding worden voor elk uit de markt genomen product de volgende stromen, uitgedrukt in hoeveelheden, afzonderlijk vermeld:

a) de overeenkomstig artikel 125 bis, lid 2, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 door leden van de producentenorganisatie en door leden van andere producentenorganisaties geleverde productie;

b) de door de producentenorganisatie verkochte hoeveelheden, uitgesplitst naar producten die zijn gereedgemaakt voor de markt voor verse producten en andere soorten producten, met inbegrip van voor verwerking bestemde basisproducten, en

c) de uit de markt genomen producten.

5. De controles van de bestemming van de in de lid 4, onder c), bedoelde producten omvatten onder meer:

a) een controle, op basis van monsterneming, van de door de ontvangers bij te houden aparte boekhouding en, in voorkomend geval, een controle op de overeenstemming daarvan met de krachtens de nationale wetgeving voorgeschreven boekhouding, en

b) controles op de inachtneming van de geldende milieueisen.

6. Wanneer bij de controles van het tweede niveau significante onregelmatigheden aan het licht komen, verrichten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat grondiger controles van het tweede niveau voor het betrokken verkoopseizoen en verhogen zij in het volgende verkoopseizoen de frequentie van de controles van het tweede niveau bij de betrokken producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties.