Art. 114, Niet-naleving van de erkenningscriteria
1. De erkenning van een producentenorganisatie die opzettelijk of uit grove nalatigheid een ernstige inbreuk op de erkenningscriteria pleegt, wordt door de lidstaten ingetrokken.
De lidstaten trekken de erkenning van een producentenorganisatie met name in wanneer de niet-naleving van de erkenningscriteria betrekking heeft op:
a) een inbreuk op de voorschriften van artikel 21, artikel 23, artikel 26, leden 1 en 2, of artikel 31, of
b) een situatie waarin de waarde van de afgezette productie gedurende twee opeenvolgende jaren onder het minimum ligt dat de lidstaat overeenkomstig artikel 125 ter, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 heeft vastgesteld.
De intrekking van de erkenning op grond van dit lid treedt in werking op de datum waarop de erkenningsvoorwaarden niet langer werden vervuld, onverminderd eventuele nationale horizontale wetgeving over termijnbeperkingen.
2. Wanneer lid 1 niet van toepassing is, schorsen de lidstaten de erkenning van een producentenorganisatie indien de inbreuk op de erkenningscriteria weliswaar ernstig, maar slechts tijdelijk is.
Tijdens de schorsingsperiode wordt geen steun betaald. De schorsing treedt in werking op de dag waarop de controle heeft plaatsgevonden en eindigt op de dag van de controle die aantoont dat de betrokken criteria weer worden nageleefd.
De schorsingsperiode duurt niet langer dan 12 maanden. Indien de betrokken criteria na 12 maanden nog steeds niet worden nageleefd, wordt de erkenning ingetrokken.
De lidstaten mogen na de in artikel 70 vastgestelde termijn betalingen verrichten, indien dat voor de toepassing van dit lid noodzakelijk is. Deze latere betalingen mogen echter in geen geval plaatsvinden ná 15 oktober van het tweede jaar volgende op het jaar van uitvoering van het programma.
3. Bij niet onder de leden 1 en 2 vallende inbreuken op de erkenningscriteria sturen de lidstaten een waarschuwingsbrief waarin wordt bepaald welke corrigerende maatregelen moeten worden genomen. De lidstaten mogen de steunbetalingen uitstellen totdat de corrigerende maatregelen zijn genomen.
De lidstaten mogen na de in artikel 70 vastgestelde termijn betalingen verrichten, indien dat voor de toepassing van dit lid noodzakelijk is. Deze latere betalingen mogen echter in geen geval plaatsvinden ná 15 oktober van het tweede jaar volgende op het jaar van uitvoering van het programma.
Indien binnen 12 maanden geen corrigerende maatregelen zijn genomen, wordt dit beschouwd als een ernstige inbreuk op de criteria en is lid 2 van toepassing.