Art. 26 Verordening (EU) nr. 65/2011, Inhoud van de controles ter plaatse

Verordening (EU) nr. 65/2011

1. De lidstaten streven ernaar om door middel van de controles ter plaatse te verifiëren:

a) of de door de begunstigde ingediende betalingsaanvragen worden onderbouwd door boekhoudkundige of andere stukken, waarbij de gegevens in de betalingsaanvraag ook, indien nodig, aan de hand van gegevens of commerciële documenten die in het bezit zijn van derden, op de juistheid ervan worden gecontroleerd;

b) voor een voldoende aantal uitgavenposten, of de aard en het tijdstip van de betrokken uitgaven aan de EU-bepalingen voldoen en in overeenstemming zijn met de goedgekeurde specificaties voor de concrete actie en met de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden of de feitelijk geleverde diensten;

c) of het gebruik of beoogde gebruik van de concrete actie strookt met het in de steunaanvraag beschreven gebruik;

d) of de door de overheid gefinancierde concrete acties zijn uitgevoerd in overeenstemming met de EU-voorschriften en -beleidsvormen, en in het bijzonder met de voorschriften inzake openbare aanbesteding, en met de relevante dwingende normen die in nationale wetgeving of in het programma voor plattelandsontwikkeling zijn vastgesteld.

2. Controles ter plaatse van betalingsaanvragen die voor de in artikel 25, lid 3, bedoelde controle zijn geselecteerd, betreffen alle verbintenissen en verplichtingen van een begunstigde die ten tijde van het bezoek kunnen worden gecontroleerd.

3. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden die door de nationale autoriteiten naar behoren worden geregistreerd en toegelicht, wordt als onderdeel van de controles ter plaatse een bezoek gebracht aan de concrete actie of, indien de concrete actie van immateriële aard is, aan de initiatiefnemer van de concrete actie.

4. Alleen de controles die aan alle eisen van dit artikel voldoen, mogen worden meegerekend om te bepalen of het bij artikel 25, lid 2, vastgestelde controlepercentage is bereikt.