Art. 35 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Vereisten voor de aanwijzing van de veilingplatforms
Verordening (EU) nr. 1031/2010
1. De veilingen worden alleen gehouden op veilingplatforms die overeenkomstig lid 5 als gereglementeerde markt zijn erkend door de in lid 4, tweede alinea, bedoelde bevoegde nationale autoriteiten.
2. Aan elk veilingplatform dat uit hoofde van deze verordening wordt aangewezen om tweedaagse spot of vijfdaagse futures te veilen, is het, zonder dat het aan nadere wettelijke of administratieve eisen van de lidstaten hoeft te voldoen, toegestaan om passende voorzieningen aan te bieden teneinde de toegang tot en de deelneming aan veilingen van de in artikel 18, leden 1 en 2, bedoelde bieders te vergemakkelijken.
3. Bij de aanwijzing van een veilingplatform houden de lidstaten rekening met de mate waarin de kandidaten aantonen dat zij aan alle hierna genoemde eisen voldoen:
a) garanderen dat het discriminatieverbod zowel in rechte als feitelijk wordt nageleefd;
b) voorzien in volledige, eerlijke en billijke toegang tot de veilingen voor onder de regeling van de Unie vallende kmo's en in toegang tot de veilingen voor kleine emittenten;
c) kostenefficiëntie garanderen en onnodige administratieve lasten vermijden;
d) voorzien in solide toezicht op de veilingen, melding doen wanneer er vermoedens van witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik bestaan en de eventueel vereiste corrigerende maatregelen of sancties toepassen, inclusief de voorziening in een buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsmechanisme;
e) concurrentieverstoringen op de interne markt, met inbegrip van de koolstofmarkt, vermijden;
f) een goede werking van de koolstofmarkt garanderen, inclusief de implementatie van de veilingen;
g) verbonden zijn met één of meer clearingsystemen of afwikkelingssystemen;
h) adequate maatregelen hebben getroffen die het veilingplatform ertoe verplichten alle materiële en immateriële activa over te dragen die voor de organisatie van de veilingen door de opvolger van het veilingplatform noodzakelijk zijn.
4. Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, wordt pas aangewezen nadat de lidstaat waarin de kandidaat-gereglementeerde markt en haar marktexploitant gevestigd zijn, er tijdig en in elk geval vóór de opening van het eerste biedingsinterval voor heeft gezorgd dat de nationale maatregelen ter omzetting van titel III van Richtlijn 2004/39/EG, voor zover relevant, op de veiling van tweedaagse spot of vijfdaagse futures van toepassing zijn.
Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, wordt pas aangewezen nadat de lidstaat waarin de kandidaat-gereglementeerde markt en haar marktexploitant gevestigd zijn, er tijdig en in elk geval vóór de opening van het eerste biedingsinterval voor heeft gezorgd dat de bevoegde nationale autoriteiten van die lidstaat in staat zijn hen te erkennen en toezicht op hen uit te oefenen overeenkomstig de nationale maatregelen ter omzetting van titel IV van Richtlijn 2004/39/EG, voor zover relevant.
Als de kandidaat-gereglementeerde markt en haar marktexploitant niet in dezelfde lidstaat gevestigd zijn, zijn de eerste en de tweede alinea zowel op de lidstaat van vestiging van de kandidaat-gereglementeerde markt als op de lidstaat van vestiging van haar marktexploitant van toepassing.
5. De in lid 4, tweede alinea, van dit artikel bedoelde, overeenkomstig artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG aangewezen bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat nemen een besluit over de erkenning van een gereglementeerde markt in het kader van deze verordening, voor zover die gereglementeerde markt en haar marktexploitant voldoen aan het bepaalde in titel III van Richtlijn 2004/39/EG zoals omgezet in het nationale recht van hun lidstaat van vestiging overeenkomstig lid 4 van dit artikel. Het erkenningsbesluit wordt genomen overeenkomstig titel IV van Richtlijn 2004/39/EG zoals omgezet in het nationaal recht van hun lidstaat van vestiging overeenkomstig lid 4 van dit artikel.
6. De in lid 5 bedoelde bevoegde nationale autoriteiten handhaven een doeltreffend markttoezicht en treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de in dat lid bedoelde eisen wordt voldaan. Daartoe dienen zij in staat te zijn om hetzij rechtstreeks, hetzij met de assistentie van andere overeenkomstig artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG aangewezen bevoegde nationale autoriteiten, de bevoegdheden uit te oefenen waarin de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 50 van die richtlijn met betrekking tot de in lid 4 van dit artikel bedoelde gereglementeerde markt en haar marktexploitant voorzien.
De lidstaat van elke in lid 5 bedoelde bevoegde nationale autoriteit zorgt ervoor dat de nationale maatregelen ter omzetting van de artikelen 51 en 52 van Richtlijn 2004/39/EG van toepassing zijn op personen die verantwoordelijk zijn voor de niet-naleving van hun verplichtingen krachtens titel III van Richtlijn 2004/39/EG zoals omgezet in het nationale recht van hun lidstaat van vestiging overeenkomstig lid 4 van dit artikel.
Voor de toepassing van dit lid zijn de nationale maatregelen ter omzetting van de artikelen 56 tot en met 62 van Richtlijn 2004/39/EG van toepassing op de samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten van verschillende lidstaten.