Art. 30 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Aanwijzing van andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms

Verordening (EU) nr. 1031/2010

1. Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie kan een eigen veilingplatform aanwijzen voor de veiling van zijn aandeel in de hoeveelheid onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die worden geveild in de vorm van tweedaagse spot of vijfdaagse futures.

2. Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie kan een eigen veilingplatform aanwijzen voor de veiling van zijn aandeel in de hoeveelheid onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die worden geveild in de vorm van futures of forwards die in bijlage I bij deze verordening zijn opgenomen.

3. Lidstaten die niet deelnemen aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie mogen voor de veiling van futures of forwards en tweedaagse spot of vijfdaagse futures hetzelfde veilingplatform of verschillende veilingplatforms aanwijzen.

4. Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie stelt de Commissie binnen een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van zijn besluit om niet aan de gezamenlijke actie deel te nemen maar in plaats daarvan een eigen veilingplatform aan te wijzen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel.

5. Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie kiest zijn eigen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel aangewezen veilingplatform door middel van een selectieprocedure die in overeenstemming is met de aanbestedingswetgeving van de Unie en/of van de lidstaat indien krachtens de wetgeving van de Unie respectievelijk van de lidstaat een openbare aanbesteding vereist is. Met betrekking tot deze selectieprocedure gelden alle toepasselijke rechtsmiddelen en handhavingsprocedures waarin de wetgeving van de Unie en de wetgeving van de lidstaat voorzien.

De in de leden 1 en 2 bedoelde veilingplatforms worden aangewezen voor een termijn van ten hoogste drie jaar, die met ten hoogste twee jaar kan worden verlengd.

De aanwijzing van de in de leden 1 en 2 bedoelde veilingplatforms geschiedt op voorwaarde dat het betrokken veilingplatform overeenkomstig lid 7 in bijlage III wordt opgenomen. De aanwijzing gaat pas in na de inwerkingtreding van de opneming van het betrokken veilingplatform in bijlage III overeenkomstig lid 7.

6. Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiest om zijn eigen veilingplatform aan te wijzen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel, doet de Commissie een uitvoerige kennisgeving toekomen die alle hierna genoemde elementen bevat:

a) de identiteit van het veilingplatform dat hij voornemens is aan te wijzen, met de vermelding of de futures of forwards en de tweedaagse spot of vijfdaagse futures door hetzelfde veilingplatform of door verschillende veilingplatforms zullen worden geveild;

b) de nadere voorschriften voor het veilingproces dat zal worden toegepast door het veilingplatform dat of de veilingplatforms die hij voornemens is aan te wijzen, met inbegrip van de contractsbepalingen betreffende de aanwijzing van het betrokken veilingplatform, inclusief elk met het voorgestelde veilingplatform verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, met opgave van de voorwaarden inzake de structuur en de hoogte van de vergoedingen, het beheer van zekerheden, betalingen en leveringen;

c) de voorgestelde biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden, de data van de veilingen met opgave van relevante wettelijke feestdagen, alsook het veilingproduct, de betalings- en leveringsdata van de emissierechten die in een gegeven kalenderjaar in de afzonderlijke veilingen zullen worden geveild en alle andere informatie die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of de voorgestelde veilingkalender verenigbaar is met de veilingkalenders van de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms en de andere veilingkalenders die worden voorgesteld door andere lidstaten die niet deelnemen aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiezen hun eigen veilingplatforms aan te wijzen;

d) de nadere voorschriften en voorwaarden voor de monitoring van en het toezicht op de veilingen waaraan het door hem voorgestelde veilingplatform overeenkomstig artikel 35, leden 4, 5 en 6, onderworpen zal zijn, alsook de nadere voorschriften ter bescherming tegen witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik, met inbegrip van de corrigerende maatregelen of sancties;

e) de nadere maatregelen die worden getroffen ter naleving van artikel 22, lid 4, en artikel 34 met betrekking tot de aanwijzing van de veiler.

De kennisgeving dient het bewijs te leveren van de verenigbaarheid met de bepalingen van deze verordening en de conformiteit met de in artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG genoemde doelstellingen.

Een kennisgevende lidstaat kan vóór de in lid 7 bedoelde inschrijving zijn oorspronkelijke kennisgeving wijzigen.

Elke kennisgevende lidstaat legt zijn oorspronkelijke en gewijzigde kennisgeving voor aan het in artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde comité.

7. Alle andere veilingplatforms dan die welke overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, worden aangewezen, de hen aanwijzende lidstaten, de termijn waarvoor zij worden aangewezen en alle toepasselijke voorwaarden of verplichtingen worden opgenomen in bijlage III als aan de eisen van deze verordening en aan de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG is voldaan. De Commissie en het in artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde comité handelen alleen op basis van deze eisen en doelstellingen en houden ten volle rekening met de door de veilingtoezichthouder overeenkomstig artikel 25, lid 4, van deze verordening uitgebrachte verslagen.

Indien de in de eerste alinea bedoelde opneming niet plaatsvindt, maakt een lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiest om overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel zijn eigen veilingplatform aan te wijzen, gebruik van de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms voor het veilen van zijn aandeel van de emissierechten dat anders in de periode van drie maanden na de inwerkingtreding van de in de eerste alinea bedoelde inschrijving zou zijn geveild op het overeenkomstig lid 1 of lid 2 van dit artikel aan te wijzen veilingplatform.

8. Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiest om zijn eigen veilingplatform aan te wijzen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel, kan zich overeenkomstig artikel 26, lid 6, bij de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie aansluiten.

De hoeveelheid emissierechten waarvan de veiling op een ander veilingplatform dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms was gepland, wordt gelijkmatig verdeeld over de op het betrokken overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform gehouden veilingen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen