Art. 32 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Veilingkalenders van alle andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms
Verordening (EU) nr. 1031/2010
1. De hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die wordt geveild in de afzonderlijke veilingen die door een overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatform worden gehouden, bedraagt ten hoogste 20 miljoen emissierechten en ten minste 10 miljoen emissierechten, tenzij de totale hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door de aanwijzende lidstaat in een gegeven kalenderjaar wordt geveild, minder dan 10 miljoen emissierechten bedraagt, in welk geval die emissierechten in één veiling per kalenderjaar worden geveild.
2. De hoeveelheid onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die wordt geveild in de afzonderlijke veilingen die door een overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatform worden gehouden, bedraagt ten hoogste 5 miljoen emissierechten en ten minste 2,5 miljoen emissierechten, tenzij de totale hoeveelheid onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door de aanwijzende lidstaat in een gegeven kalenderjaar wordt geveild, minder dan 2,5 miljoen emissierechten bedraagt, in welk geval die emissierechten in één veiling per kalenderjaar worden geveild.
3. De totale hoeveelheid onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door alle overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms tezamen wordt geveild, wordt gelijkmatig gespreid over het betrokken kalenderjaar, met dien verstande dat de hoeveelheid die op veilingen in de loop van de maand augustus wordt geveild, de helft bedraagt van de hoeveelheid die in de andere maanden van het jaar wordt geveild.
4. De overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms stellen, na de vaststelling en bekendmaking overeenkomstig artikel 11, lid 1, en artikel 13, lid 1, door de overeenkomstig artikel 26, lid 1 en lid 2, aangewezen veilingplatforms, uiterlijk 31 maart van het voorafgaande jaar of zo spoedig mogelijk daarna, na raadpleging van de Commissie en na haar advies te hebben verkregen, de biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden, de data van de veilingen alsook het veilingproduct en de betalings- en leveringsdata voor de onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die jaarlijks in de afzonderlijke veilingen zullen worden geveild, vast en maken deze bekend. De betrokken veilingplatforms houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie.
De bekendgemaakte kalenders bedoeld in de eerste alinea zijn in overeenstemming met alle relevante in bijlage III vermelde voorwaarden en verplichtingen.
5. Wanneer een door een overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform te houden veiling door dat veilingplatform wordt geannuleerd overeenkomstig artikel 7, lid 5 of lid 6, of artikel 9, wordt de te veilen hoeveelheid emissierechten gelijkmatig verdeeld over de volgende vier voor dat veilingplatform geplande veilingen of, indien het betrokken veilingplatform minder dan vier veilingen per jaar houdt, over de volgende twee voor dat veilingplatform geplande veilingen.