Art. 9 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Volgsysteem voor vaartuigen

Verordening (EG) nr. 1224/2009

1. De lidstaten passen een satellietvolgsysteem voor vaartuigen toe om doeltreffend toezicht te houden op de visserijactiviteiten van de vissersvaartuigen die hun vlag voeren, ongeacht waar deze vaartuigen zich bevinden, en op de visserijactiviteiten in de wateren van de lidstaten.

2. Onverminderd specifieke bepalingen in meerjarenplannen heeft een vissersvaartuig met een lengte van 12 m over alles of meer een volledig functionerend toestel aan boord waarmee het vaartuig automatisch door het volgsysteem voor vaartuigen kan worden gelokaliseerd en geïdentificeerd aan de hand van periodiek doorgestuurde positiegegevens. Voorts biedt dit toestel het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat de mogelijkheid het vissersvaartuig te bevragen. Voor vissersvaartuigen met een lengte over alles van 12 m of meer en minder dan lengte over alles van 15 m geldt dit artikel met ingang van 1 januari 2012.

3. Wanneer een vissersvaartuig zich in de wateren van een andere lidstaat bevindt, stelt de vlaggenlidstaat de gegevens van het volgsysteem voor vaartuigen betreffende dat vaartuig ter beschikking door ze automatisch door te sturen naar het visserijcontrolecentrum van de kustlidstaten. De gegevens van het volgsysteem voor vaartuigen worden, op verzoek, ook ter beschikking gesteld van de lidstaat in een van de havens waarvan het vissersvaartuig wellicht zijn vangsten zal aanlanden of in de wateren waarvan het vissersvaartuig wellicht zijn visserijactiviteiten zal voortzetten.

4. Als een communautair vissersvaartuig actief is in de wateren van een derde land of in gebieden op volle zee waar de visbestanden door een internationale organisatie worden beheerd en, als de overeenkomst met dat derde land of de van toepassing zijnde bepalingen van die internationale organisatie daarin voorzien, worden die gegevens ook ter beschikking gesteld van dat land of die organisatie.

5. Een lidstaat kan communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 15 m die zijn vlag voeren, vrijstellen van de verplichting dat zijn vaartuig met een volgsysteem voor vaartuigen is uitgerust indien zij:

a) uitsluitend actief zijn in de territoriale zeeën van de vlaggenlidstaat; of

b) nooit meer dan 24 uur op zee blijven tussen het tijdstip van vertrek uit de haven en het tijdstip van terugkeer naar de haven.

6. Vissersvaartuigen van derde landen met een lengte van 12 m over alles of meer en ondersteunende vissersvaartuigen van derde landen die met visserij samenhangende activiteiten verrichten, die in de communautaire wateren actief zijn, hebben, net als communautaire vissersvaartuigen, een volledig functionerend toestel aan boord waarmee zij automatisch door het volgsysteem voor vaartuigen kunnen worden gelokaliseerd en geïdentificeerd aan de hand van periodiek doorgestuurde positiegegevens.

7. De lidstaten richten visserijcontrolecentra op die toezicht houden op de visserijactiviteiten en -inspanning, en runnen die. Het visserijcontrolecentrum van een lidstaat houdt toezicht op de vissersvaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, ongeacht de wateren of de haven waarin zij zich bevinden, alsmede op de zich in de wateren onder zijn soevereiniteit of jurisdictie bevindende communautaire vissersvaartuigen die de vlag van een andere lidstaat voeren en op de zich in de wateren onder zijn soevereiniteit of jurisdictie bevindende vissersvaartuigen van derde landen waarvoor een volgsysteem voor vaartuigen wordt toegepast.

8. Elke vlaggenlidstaat wijst de autoriteiten aan die bevoegd zijn voor het visserijcontrolecentrum en neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zijn visserijcontrolecentrum beschikt over voldoende vakbekwaam personeel en over computerapparatuur en -programmatuur waarmee gegevens automatisch kunnen worden verwerkt en elektronisch worden doorgestuurd. De lidstaten zorgen voorts voor een back-upsysteem en herstelprocedures in geval van systeemstoring. Zij kunnen een gemeenschappelijk visserijcontrolecentrum exploiteren.

9. Een lidstaat kan elk vissersvaartuig dat zijn vlag voert ertoe verplichten of machtigen om zijn vaartuig met een volgsysteem voor vaartuigen uit te rusten.

10. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 119 bedoelde procedure.

Uitspraken die dit artikel aanhalen