Art. 14 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Invullen en overleggen van het visserijlogboek

Verordening (EG) nr. 1224/2009

1. Onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen, houden kapiteins van communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer een visserijlogboek van hun activiteiten bij, waarin zij met name alle hoeveelheden van elke gevangen en aan boord gehouden soort vermelden boven de 50 kg equivalent levend gewicht.

2. Het in lid 1 bedoelde visserijlogboek bevat met name de volgende informatie:

a) het externe identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig;

b) de FAO-drielettercode van elke soort en het betrokken geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan;

c) de datum van de vangsten;

d) de datum van vertrek uit en aankomst in de haven en de duur van de visreis;

e) het soort vistuig, de maaswijdte en afmeting;

f) de geschatte hoeveelheden van iedere soort in kilogrammen levend gewicht of, indien mogelijk, het aantal vissen;

g) het aantal visserijactiviteiten.

3. Voor de in het visserijlogboek vermelde ramingen van de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden aan boord gehouden vis geldt een tolerantiemarge van 10 % voor alle soorten.

4. Kapiteins van communautaire vissersvaartuigen noteren in hun visserijlogboek ook alle geschatte teruggegooide hoeveelheden van meer dan 50 kg equivalent levend gewicht.

5. Voor visserijtakken waarvoor een communautaire visserijinspanningsregeling geldt, registreren en boeken de kapiteins van communautaire vissersvaartuigen in hun visserijlogboek de in een gebied doorgebrachte tijd als volgt:

a) met betrekking tot gesleept vistuig:

i) het binnenvaren en verlaten van de in dat gebied gelegen haven;

ii) het binnenvaren en verlaten van maritieme gebieden waar specifieke regels gelden in verband met de toegang tot de wateren en de bestanden;

iii) de aan boord gehouden vangst, naar soort in kilogram levend gewicht, op het tijdstip waarop het vaartuig dat gebied uitvaart of voordat het een haven in dat gebied binnenvaart;

b) met betrekking tot passief vistuig:

i) het binnenvaren en verlaten van de in dat gebied gelegen haven;

ii) het binnenvaren en verlaten van maritieme gebieden waar specifieke regels gelden in verband met de toegang tot de wateren en de bestanden;

iii) de datum en het tijdstip waarop het passieve vistuig in die gebieden wordt uitgezet of opnieuw wordt uitgezet;

iv) de datum en het tijdstip waarop de visserij met het passieve vistuig wordt beëindigd;

v) de aan boord gehouden vangst, naar soort in kilogram levend gewicht, op het tijdstip waarop het vaartuig dat gebied uitvaart of voordat het een haven in dat gebied binnenvaart.

6. Kapiteins van communautaire vissersvaartuigen dienen de informatie van hun visserijlogboek zo snel mogelijk, en in elk geval binnen 48 uur na de aanlanding, in:

a) bij de lidstaat waarvan zij de vlag voeren; en

b) als de aanlanding in een haven van een andere lidstaat heeft plaatsgevonden, bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken havenlidstaat.

7. Voor de omrekening van opgeslagen of verwerkt visgewicht naar levend visgewicht passen de kapiteins van de communautaire vissersvaartuigen de omrekeningsfactor toe die volgens de in artikel 119 bedoelde procedure wordt vastgesteld.

8. Kapiteins van vissersvaartuigen van derde landen die in communautaire wateren actief zijn, registreren de in dit artikel bedoelde gegevens op dezelfde wijze als kapiteins van communautaire vissersvaartuigen.

9. De kapitein is verantwoordelijk voor de juistheid van de in het visserijlogboek vermelde gegevens.

10. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 119 bedoelde procedure.