Art. 10 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Automatisch identificatiesysteem
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. Overeenkomstig bijlage II, deel I, punt 3, van Richtlijn 2002/59/EG wordt een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 15 m uitgerust met een automatisch identificatiesysteem dat beantwoordt aan de prestatienormen van de Internationale Maritieme Organisatie overeenkomstig hoofdstuk V, voorschrift 19, sectie 2.4.5, van het Solas-verdrag van 1974, en zorgt het ervoor dat het systeem operationeel blijft.
2. Lid 1 geldt:
a) vanaf 31 mei 2014 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van 15 m of meer en met een lengte over alles van minder dan 18 m;
b) vanaf 31 mei 2013 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van 18 m of meer en met een lengte over alles van minder dan 24 m;
c) vanaf 31 mei 2012 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van 24 m of meer en met een lengte over alles van minder dan 45 m.
3. De lidstaten kunnen de gegevens van het automatische identificatiesysteem gebruiken wanneer die beschikbaar zijn, om kruiscontroles met andere beschikbare gegevens te verrichten overeenkomstig de artikelen 109 en 110. Met het oog hierop zorgen de lidstaten ervoor dat de gegevens van het automatische identificatiesysteem met betrekking tot vissersvaartuigen die hun vlag voeren, beschikbaar zijn voor hun nationale visserijcontroleautoriteiten.