Art. 6, Visvergunning

1. Een communautair vissersvaartuig mag slechts voor de commerciële exploitatie van levende aquatische hulpbronnen worden gebruikt als het over een geldige visvergunning beschikt.

2. De vlaggenlidstaat ziet erop toe dat de in de visvergunning vermelde gegevens correct zijn en stroken met die in het register van de communautaire vissersvloot bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

3. De vlaggenlidstaat schorst tijdelijk de visvergunning van een vaartuig dat door die lidstaat tijdelijk is stilgelegd of waarvan de vismachtiging is geschorst overeenkomstig artikel 45, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1005/2008.

4. De vlaggenlidstaat trekt permanent de visvergunning in van een vaartuig waarvoor een maatregel tot aanpassing van de vangstcapaciteit geldt als bedoeld in artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 of waarvan de vismachtiging is ingetrokken overeenkomstig artikel 45, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1005/2008.

5. De vlaggenlidstaat zorgt voor de afgifte, het beheer en de intrekking van de visvergunning overeenkomstig de nadere bepalingen die zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 119.

Uitspraken die dit artikel aanhalen