HvJ EU 10 februari 2022, C-564/20, ECLI:EU:C:2022:90

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer)

10 februari 2022 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk visserijbeleid – Verordening (EG) nr. 1224/2009 – Controleregeling – Artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 – Registratie van de vangsten en de visserijinspanning – Indiening bij de Europese Commissie van gegevens over de hoeveelheden langoustines die zijn gevangen – Mogelijkheid om andere gegevens dan de gegevens in het visserijlogboek te gebruiken – Redelijke en wetenschappelijk verantwoorde methode voor de verwerking en verificatie van gegevens – Sluiting van de visserij”

In zaak C‑564/20,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Supreme Court (hoogste rechterlijke instantie, Ierland) bij beslissing van 20 oktober 2020, ingekomen bij het Hof op 21 oktober 2020, in de procedure

PF,

MF

tegen

minister for Agriculture, Food and the Marine,

Sea Fisheries Protection Authority (SFPA),

wijst

HET HOF (Zesde kamer),

samengesteld als volgt: L. Bay Larsen, vicepresident van het Hof, waarnemend voor de president van de Zesde kamer, N. Jääskinen (rapporteur) en M. Safjan, rechters,

advocaat-generaal: M. Szpunar,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– MF en PF, vertegenwoordigd door D. F. Conway, solicitor, E. Sweetman, BL, en D. Conlan Smyth, SC,

– Sea Fisheries Protection Authority (SFPA), vertegenwoordigd door M. Boohig, advocate, D. McCarthy, BL, en T. F. Creed, SC,

– minister for Agriculture, Food and the Marine, vertegenwoordigd door M. Browne, J. Quaney en A. Joyce als gemachtigden, en door P. McGarry en D. Lehane, SC,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door F. Moro, K. Walkerová en A. Dawes als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB 2009, L 343, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2015/812 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 (PB 2015, L 133, blz. 1) (hierna: „verordening nr. 1224/2009”).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen PF en MF enerzijds en de minister for Agriculture, Food and the Marine (minister van Landbouw, Voedselvoorziening en Mariene Zaken, Ierland; hierna: „minister”) en Sea Fisheries Protection Authority (SFPA) (autoriteit voor de bescherming van de zeevisserij, Ierland) anderzijds over het besluit van de minister om de visserij op langoustine (Nephrops norvegicus) in de als functionele eenheid 16 (hierna: „FE16”) bekendstaande visgrond op de Porcupine Bank voor de westkust van Ierland te verbieden.

Toepasselijke bepalingen

Verordening nr. 1380/2013

3 Artikel 2, lid 1, van verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en besluit 2004/585/EG van de Raad (PB 2013, L 354, blz. 22), dat de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (hierna: „GVB”) noemt, luidt als volgt:

„Het [GVB] staat er borg voor dat de activiteiten in het kader van de visserij en de aquacultuur uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden.”

Verordening nr. 1224/2009

4 Artikel 5 van verordening nr. 1224/2009, met als opschrift „Algemene beginselen”, bepaalt in lid 5:

„In elke lidstaat coördineert één enkele autoriteit de controleactiviteiten van alle nationale controleautoriteiten. Die autoriteit is ook verantwoordelijk voor de coördinatie van het verzamelen, behandelen en certificeren van de gegevens over de visserijactiviteiten en voor de verslaggeving aan, de samenwerking met en het doorgeven van informatie aan de Commissie, het overeenkomstig verordening (EG) nr. 768/2005 van de [Raad] opgerichte Communautair Bureau voor visserijcontrole, andere lidstaten en, zo nodig, derde landen.”

5 Artikel 9 van verordening nr. 1224/2009, met als opschrift „Volgsysteem voor vaartuigen”, bepaalt in lid 1:

„De lidstaten passen een satellietvolgsysteem voor vaartuigen toe om doeltreffend toezicht te houden op de visserijactiviteiten van de vissersvaartuigen die hun vlag voeren, ongeacht waar deze vaartuigen zich bevinden, en op de visserijactiviteiten in de wateren van de lidstaten.”

6 Artikel 14 van deze verordening, met als opschrift „Invullen en overleggen van het visserijlogboek”, bepaalt in de leden 1, 2 en 9:

„1. Onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen, houdt de kapitein van ieder Unievissersvaartuig met een lengte over alles van 10 m of meer een visserijlogboek van de activiteiten bij, waarin hij met name voor iedere visreis alle hoeveelheden van elke gevangen en aan boord gehouden soort vermeldt boven 50 kg equivalent levend gewicht. Die 50 kg-drempel geldt zodra de vangsten van een soort 50 kg overschrijden.

2. Het in lid 1 bedoelde visserijlogboek bevat met name de volgende informatie:

a) het externe identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig;

b) de [drielettercode van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO)] van elke soort en het betrokken geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan;

c) de datum van de vangsten;

d) de datum van vertrek uit en aankomst in de haven en de duur van de visreis;

e) het soort vistuig, de maaswijdte en afmeting;

f) de geschatte hoeveelheden van iedere soort in kilogram levend gewicht of, in voorkomend geval, het aantal exemplaren, met inbegrip van de hoeveelheden of aantallen exemplaren kleiner dan de toepasselijke minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, afzonderlijk vermeld;

g) het aantal visserijactiviteiten.

[…]

9. De kapitein is verantwoordelijk voor de juistheid van de in het visserijlogboek vermelde gegevens.”

7 Artikel 15 van die verordening, met als opschrift „Elektronisch invullen en verzenden van visserijlogboekgegevens”, bepaalt in de leden 1 en 2:

„1. De kapiteins van Unievissersvaartuigen met een lengte van 12 m over alles of meer registreert de in artikel 14 bedoelde informatie elektronisch en stuurt die informatie minstens eenmaal per dag elektronisch door naar de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat.

2. De kapiteins van Unievissersvaartuigen met een lengte van 12 m over alles of meer zenden de in artikel 14 bedoelde informatie toe op verzoek van de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat en verstrekt de relevante gegevens uit het visserijlogboek in elk geval na beëindiging van de laatste visserijactiviteit en voor het binnenlopen in de haven.”

8 Artikel 33 van verordening nr. 1224/2009, met als opschrift „Registratie van de vangsten en de visserijinspanning”, bepaalt in de leden 1 en 2:

„1. Elke vlaggenlidstaat registreert alle relevante gegevens, in het bijzonder de gegevens die worden bedoeld in de artikelen 14, 21, 23, 28 en 62, over de in dit hoofdstuk bedoelde vangstmogelijkheden, uitgedrukt zowel in aanlandingen als, indien nodig, in visserijinspanning, en bewaart de originelen van die gegevens gedurende drie jaar, of langer als dat op grond van nationale bepalingen vereist is.

2. Onverminderd in de Uniewetgeving vastgestelde bijzondere regels, meldt elke vlaggenlidstaat de Commissie of de door haar aangewezen instantie vóór de 15e van elke maand per computer de geaggregeerde gegevens:

a) voor de hoeveelheden die in de voorafgaande maand zijn aangeland uit elk bestand of elke groep bestanden waarvoor een [totale toegestane vangst (TAC)] of quotum geldt, met inbegrip van de hoeveelheden kleiner dan de toepasselijke minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, afzonderlijk vermeld, […]

[…]”

9 Artikel 34 van deze verordening, met als opschrift „Gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden”, bepaalt:

„Een lidstaat stelt de Commissie onverwijld van zijn bevindingen in kennis zodra hij constateert dat:

a) met de door vissersvaartuigen die zijn vlag voeren gemaakte vangsten uit een bestand of groep bestanden waarvoor een quotum geldt, 80 % van dat quotum wordt geacht te zijn opgebruikt; […]

[…]

Als deze situatie zich voordoet, verstrekt hij de Commissie, op haar verzoek, vaker gegevens en gedetailleerdere gegevens dan bepaald in artikel 33.”

10 Artikel 35 van die verordening, met als opschrift „Sluiting van de visserij door de lidstaten”, bepaalt in de leden 1 en 2:

„1. Elke lidstaat stelt de datum vast waarop:

a) de door vissersvaartuigen die zijn vlag voeren gemaakte vangsten uit een bestand of groep bestanden waarvoor een quotum geldt, worden geacht dat quotum te hebben opgebruikt;

[…]

2. De betrokken lidstaat verbiedt alle vissersvaartuigen die zijn vlag voeren of een deel daarvan met ingang van de in lid 1 bedoelde datum te vissen, hetzij op het bestand of de groep bestanden waarvan de quota uitgeput zijn, in de betrokken visserijtak, hetzij met aan boord het betreffende vistuig in het geografische gebied waar de maximale visserijinspanning bereikt is, en verbiedt in het bijzonder vis die na deze datum gevangen is, aan boord te houden, over te laden, te verplaatsen of aan te landen, en bepaalt tot welke datum overladingen, overbrengingen en aanlandingen mogen plaatsvinden en de laatste vangstaangiften mogen worden ingediend.”

11 Artikel 109 van deze verordening, met als opschrift „Algemene beginselen voor de analyse van gegevens”, luidt:

„1. De lidstaten zetten ten laatste op 31 december 2013 een geautomatiseerd gegevensbestand voor de validering van overeenkomstig deze verordening geregistreerde gegevens alsook een valideringssysteem op.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat alle overeenkomstig deze verordening geregistreerde gegevens correct en volledig zijn en worden ingediend in overeenstemming met de in het [GVB] vastgelegde termijnen. Met name:

a) verrichten de lidstaten, door middel van geautomatiseerde en geïnformatiseerde algoritmen en mechanismen, kruiscontroles, analyses en verificaties van de volgende gegevens:

i) gegevens van het volgsysteem voor vaartuigen;

ii) gegevens over visserijactiviteiten, in het bijzonder het visserijlogboek, de aangifte van aanlanding en van overlading en de voorafgaande kennisgeving;

iii) gegevens van aangiften van overname, vervoersdocumenten en verkoopdocumenten;

iv) gegevens van visvergunningen en -machtigingen;

v) gegevens van inspectieverslagen;

vi) gegevens over motorvermogen;

b) worden onderstaande gegevens, zo nodig, ook aan een kruiscontrole onderworpen, geanalyseerd en geverifieerd;

i) gegevens van het vaartuigdetectiesysteem;

ii) waarnemingsgegevens;

iii) gegevens in verband met internationale visserijovereenkomsten;

iv) gegevens over het binnen- en buitenvaren van visserijgebieden, maritieme gebieden waar specifieke voorschriften gelden voor toegang tot wateren en bestanden, gereglementeerde gebieden van regionale visserijorganisaties en soortgelijke organisaties en wateren van een derde land;

v) gegevens van het automatische identificatiesysteem.

3. Het valideringssysteem maakt het mogelijk inconsistenties, fouten en ontbrekende informatie in de gegevens onmiddellijk vast te stellen.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat het gegevensbestand de door het valideringssysteem geconstateerde inconsistenties duidelijk weergeeft. Het gegevensbestand markeert ook alle gecorrigeerde gegevens met vermelding van de reden van de correctie.

5. Indien er een inconsistentie in de gegevens is geconstateerd, doet de betrokken lidstaat het nodige onderzoek en neemt hij de nodige maatregelen als er redenen zijn om te vermoeden dat een inbreuk is begaan.

[…]”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

12 In juli 2017 twijfelde de SFPA, de overeenkomstig artikel 5, lid 5, van verordening nr. 1224/2009 aangewezen enige controleautoriteit voor Ierland, ernstig aan de juistheid en de nauwkeurigheid van de gegevens betreffende de langoustinevangst in FE16 in de eerste helft van dat jaar, zoals ingevuld in het elektronische visserijlogboek van de kapiteins van Ierse vissersvaartuigen krachtens de artikelen 14 en 15 van verordening nr. 1224/2009.

13 De kapiteins van Ierse vissersvaartuigen hadden aangegeven dat zij 733 ton langoustines hadden gevangen in FE16. De SFPA was van mening dat dit aanzienlijk lager was dan het werkelijke aantal langoustines dat in FE16 was gevangen en dat met betrekking tot langoustines die waren gevangen in FE16 ten onrechte was gemeld dat die elders waren gevangen. De SFPA heeft berekend dat in 2017 in FE16 reeds 1 991 ton langoustines was gevangen, dus meer dan de jaarlijkse TAC van Ierland, die voor 2017 voor dat deelgebied 1 124 ton bedroeg.

14 Deze berekening van de SFPA berust op de zogenoemde „doorgebrachte tijd-methode”, waarbij gebruik wordt gemaakt van de door de vissers verstrekte gegevens betreffende de in een bepaald gebied doorgebrachte tijd en de totale vangst. Op basis van deze gegevens heeft de SFPA de opbrengst van een visreis herberekend op basis van de premisse dat de tijd die in een bepaald gebied is doorgebracht een betere aanwijzing voor de plaats van de vangsten is dan de gegevens in de elektronische visserijlogboeken. De SFPA heeft aldus de vangsten opnieuw toegekend naargelang de tijd die in een bepaald gebied aan het vissen werd besteed. Indien bijvoorbeeld 75 % van de totale vistijd tijdens een visreis in een bepaald gebied was doorgebracht, werd volgens deze methode 75 % van de relevante vangst aan dit gebied toegerekend.

15 Bij brief van 14 juli 2017 deelde de SFPA een vangst van 1 991 ton mee aan de minister en vervolgens aan de Commissie. Op basis van deze informatie sloot de minister de visserij voor de periode van oktober tot en met december 2017 voor onder Ierse vlag varende vaartuigen en heeft de Commissie op 2 november 2017 een sluitingsbericht uitgebracht voor de vissers van alle lidstaten.

16 In het kader van een beroep bij de High Court (rechter in eerste aanleg, Ierland) stelden verzoekers in het hoofdgeding, vissers die met name actief waren in deelgebied FE16, ernstige economische schade te hebben geleden als gevolg van deze sluiting, en betwistten zij met name de rechtmatigheid van de door de SFPA gehanteerde methode en dientengevolge de geldigheid van het door de minister genomen besluit tot sluiting.

17 Bij uitspraak van 30 oktober 2018 verwierp de High Court het beroep van verzoekers in het hoofdgeding, die tegen die beslissing hoger beroep hebben ingesteld bij de verwijzende rechter, de Supreme Court (hoogste rechterlijke instantie, Ierland).

18 In het kader van hun hoger beroep betogen verzoekers in het hoofdgeding dat het gebruik van de „doorgebrachte tijd-methode” geen rechtsgrondslag vindt in de relevante regeling. De rechter in eerste aanleg heeft een fout gemaakt door te oordelen dat deze methode de fundamentele doelstellingen van het GVB als rechtsgrondslag had in plaats van de duidelijke wettelijke bepalingen toe te passen.

19 In het bijzonder betogen verzoekers in het hoofdgeding dat de gegevens en informatie waarmee de bevoegde autoriteit bij de berekening van de visvangsten rekening moet houden, de in de artikelen 14 en 15 van verordening nr. 1224/2009 genoemde gegevens en informatie in de visserijlogboeken zijn. Deze autoriteit dient zich ertoe te beperken die gegevens krachtens artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van die verordening aan de Commissie toe te zenden. Door de „doorgebrachte tijd-methode” toe te passen, heeft de SFPA niet de in verordening nr. 1224/2009 bedoelde „gegevens” maar veeleer haar deskundigenadvies toegezonden.

20 De SFPA en de minister wijzen erop dat niets in verordening nr. 1224/2009, en met name in de artikelen 14, 15, 33 en 34 daarvan, eraan in de weg staat dat de SFPA andere informatie gebruikt dan die welke in het visserijlogboek is ingevuld, wanneer deze autoriteit redelijke twijfel koestert omtrent de juistheid van deze informatie. Zij betogen dat uit de artikelen 14 en 15 van deze verordening weliswaar blijkt dat het visserijlogboek „gegevens” en „informatie” bevat, maar dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat de enige controleautoriteit enkel „gegevens” en „informatie” aan de Commissie kan doorgeven.

21 De verwijzende rechter geeft aan dat de belangrijkste Unierechtelijke vragen die in de onderhavige zaak rijzen, betrekking hebben op de uitlegging van de begrippen „gegevens” en „informatie” die in verordening nr. 1224/2009 worden gebruikt, en in het bijzonder op de vraag of de zeevisserijautoriteit, wanneer zij krachtens artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van deze verordening kennisgevingen doet aan de Commissie, enkel de gegevens in de visserijlogboeken aan de Commissie moet meedelen, dan wel of zij, wanneer zij goede redenen heeft om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van die gegevens, een redelijke, wetenschappelijk onderbouwde methode mag gebruiken om de gegevens in die visserijlogboeken te analyseren zodat voor die kennisgevingen nauwkeurigere vangstcijfers worden verkregen.

22 In deze omstandigheden heeft de Supreme Court de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1) Moet de enige controleautoriteit van een lidstaat zich bij haar overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van verordening nr. 1224/2009 aan de Europese Commissie verstrekte kennisgevingen en verklaringen beperken tot het meedelen van de door de vissers overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van deze verordening in de visserijlogboeken genoteerde vangstgegevens voor bepaalde visgronden, wanneer zij goede redenen heeft om aan te nemen dat de geregistreerde gegevens geenszins betrouwbaar zijn, of mag zij redelijke, wetenschappelijk onderbouwde methoden gebruiken om de gegevens in de visserijlogboeken te behandelen en te certificeren zodat nauwkeurigere vangstcijfers worden verkregen voor kennisgeving aan de Europese Commissie?

2) Kan de autoriteit, wanneer zij dit op redelijke gronden wenst, rechtmatig gebruikmaken van andere gegevensstromen zoals visvergunningen, vismachtigingen, gegevens van het volgsysteem voor vaartuigen, aangiften van aanlanding, verkoopdocumenten en vervoersdocumenten?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

23 Met deze prejudiciële vragen, die samen moeten worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van verordening nr. 1224/2009 aldus moeten worden uitgelegd dat de enige controleautoriteit van een lidstaat de Commissie enkel in kennis mag stellen van de gegevens die de kapiteins van vissersvaartuigen overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van deze verordening hebben ingevuld in het visserijlogboek, dan wel of zij voor de behandeling van die gegevens een redelijke en wetenschappelijk verantwoorde methode zoals de zogenoemde „doorgebrachte tijd-methode” mag gebruiken om zich ervan te vergewissen dat de vangstcijfers die zij aan de Commissie meedeelt, nauwkeurig zijn.

24 Om te beginnen zij eraan herinnerd dat artikel 33, lid 1, van verordening nr. 1224/2009 de lidstaten verplicht om „alle relevante gegevens, in het bijzonder de gegevens die worden bedoeld in de artikelen 14, 21, 23, 28 en 62, over de […] vangstmogelijkheden” te registreren en te bewaren. Overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), van deze verordening meldt elke vlaggenlidstaat de Commissie per computer de „geaggregeerde gegevens” voor de hoeveelheden die in de voorafgaande maand zijn aangeland uit elk bestand of elke groep bestanden waarvoor een TAC of quotum geldt.

25 Artikel 34, onder a), van verordening nr. 1224/2009 legt elke lidstaat de verplichting op om de Commissie onverwijld van zijn bevindingen in kennis te stellen zodra hij constateert dat met de door vissersvaartuigen die zijn vlag voeren gemaakte vangsten uit een bestand of groep bestanden waarvoor een quotum geldt, 80 % van dat quotum wordt geacht te zijn opgebruikt.

26 Wat het invullen van logboeken door kapiteins van vissersvaartuigen betreft, verplicht artikel 14, lid 1, van verordening nr. 1224/2009 kapiteins van Unievissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer om een visserijlogboek van hun activiteiten bij te houden. Volgens lid 2 van dit artikel moet het visserijlogboek met name „informatie” bevatten over de datum en het geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan en over de geschatte hoeveelheden van iedere soort. Lid 6 van dit artikel bepaalt dat deze gegevens binnen 48 uur na de aanlanding bij de vlaggenlidstaat worden ingediend. Volgens artikel 14, lid 9, van deze verordening is de kapitein verantwoordelijk voor de juistheid van de in het visserijlogboek vermelde „gegevens”. Artikel 15, leden 1 en 2, van die verordening bepaalt dat de kapiteins van Unievissersvaartuigen met een lengte van 12 m over alles of meer de „in artikel 14 bedoelde informatie” elektronisch invullen en dagelijks doorsturen en stelt daarvoor termijnen vast.

27 Volgens vaste rechtspraak moet bij de uitlegging van een Unierechtelijke bepaling niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen ervan, maar ook met de context en de doelstellingen van de regeling waarvan zij deel uitmaakt (arrest van 10 maart 2021, Staatliches Amt für Landwirtschaft und Umwelt Mittleres Mecklenburg, C‑365/19, EU:C:2021:189, punt 27 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

28 Wat in de eerste plaats de letterlijke uitlegging van de door de verwijzende rechter bedoelde bepalingen betreft, blijkt uit de bewoordingen van artikel 33 van verordening nr. 1224/2009 dat deze bepaling niet uitsluitend betrekking heeft op de in de artikelen 14, 21, 23, 28 en 62 van deze verordening bedoelde gegevens, maar verwijst naar een ruimer geheel van gegevens dat zich uitstrekt tot „alle gegevens” die relevant kunnen worden geacht, zoals blijkt uit de uitdrukking „in het bijzonder”.

29 Bovendien blijkt duidelijk uit het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord „geaggregeerde” in artikel 33, lid 2, onder a), van verordening nr. 1224/2009 dat de gegevens die bij de Commissie moeten worden gemeld, niet beperkt zijn tot de ruwe gegevens uit het visserijlogboek, maar dat die gegevens op een bepaalde wijze – in de vorm van aggregatie – moeten worden verwerkt.

30 Wat de bewoordingen van artikel 34 van verordening nr. 1224/2009 betreft, moet worden vastgesteld dat dit artikel niet verwijst naar de in andere artikelen van deze verordening gebruikte begrippen „gegevens” en „informatie” om te bepalen of de drempel voor uitputting van 80 % van een quotum is bereikt, en dat daarin evenmin een methode wordt voorgeschreven die de lidstaten daartoe moeten volgen.

31 Uit een en ander volgt ten eerste dat de bewoordingen van de artikelen 33 en 34 van deze verordening geen uitlegging bevestigen op grond waarvan de begrippen „gegevens” en „informatie” uitsluitend zien op de ruwe gegevens die door de kapiteins van vissersvaartuigen in het visserijlogboek zijn ingevuld.

32 Ten tweede volgt uit de bewoordingen van deze bepalingen en in het bijzonder uit de bewoordingen van artikel 33, lid 2, onder a), van verordening nr. 1224/2009 dat de enige controleautoriteit zich niet mag beperken tot de automatische doorgifte van de door de kapiteins van de vaartuigen in het visserijlogboek ingevulde gegevens, maar deze gegevens moet verwerken alvorens ze aan de Commissie door te geven.

33 Wat in de tweede plaats de context van de artikelen 33 en 34 van verordening nr. 1224/2009 betreft, moet meteen worden benadrukt dat niets in de bewoordingen van de artikelen 14 en 15 van verordening nr. 1224/2009 steun biedt voor de uitlegging dat de in artikel 14, lid 2, van deze verordening bedoelde informatie de enige relevante „gegevens” zijn als bedoeld in artikel 33 of 34 van deze verordening.

34 Bovendien moet in dit kader ook worden verwezen naar de artikelen 5, 9 en 109 van verordening nr. 1224/2009.

35 Om te beginnen is de door de lidstaat aangewezen enige controleautoriteit overeenkomstig artikel 5, lid 5, van deze verordening met name verantwoordelijk voor de coördinatie van het verzamelen, behandelen en certificeren van de gegevens over de visserijactiviteiten, die zij vervolgens ter kennis van de Commissie brengt. Tot die gegevens behoren onder meer die bedoeld in artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van die verordening. Verder passen de lidstaten volgens artikel 9, lid 1, van die verordening een satellietvolgsysteem voor vaartuigen toe om doeltreffend toezicht te houden op de visserijactiviteiten van de vissersvaartuigen die hun vlag voeren, ongeacht waar deze vaartuigen zich bevinden, en op de visserijactiviteiten in de wateren van de lidstaten.

36 Vervolgens zorgen de lidstaten er overeenkomstig artikel 109, lid 2, van verordening nr. 1224/2009 voor dat alle overeenkomstig deze verordening geregistreerde gegevens correct en volledig zijn. Daartoe bepaalt lid 2, onder a), van dit artikel dat de lidstaten kruiscontroles, analyses en verificaties moeten verrichten van verschillende informatie en gegevens, met name de gegevens van het volgsysteem voor vaartuigen en de gegevens over visserijactiviteiten, in het bijzonder de gegevens in het visserijlogboek, de aangifte van aanlanding, de voorafgaande kennisgeving, gegevens van vervoersdocumenten, verkoopdocumenten, visvergunningen en -machtigingen.

37 Ten slotte bepaalt artikel 109, lid 5, van verordening nr. 1224/2009 dat indien de lidstaten incoherenties in de verzamelde informatie en geregistreerde gegevens constateren, zij het nodige onderzoek verrichten en de nodige maatregelen nemen als er redenen zijn om te vermoeden dat een inbreuk is begaan.

38 Zo strekken artikel 5, lid 5, en artikel 109, leden 2 en 5, van verordening nr. 1224/2009 ertoe dat de lidstaten de Commissie correcte en volledige gegevens verstrekken, in voorkomend geval door gebruik te maken van verificaties. Uit de bewoordingen van artikel 5 volgt eveneens dat de door een lidstaat aangewezen enige controleautoriteit zich er niet toe mag beperken de door haar verzamelde informatie automatisch aan de Commissie door te geven, maar deze informatie moet behandelen en controleren en in voorkomend geval de nodige maatregelen moet nemen.

39 De context van de artikelen 33 en 34 van verordening nr. 1224/2009 bevestigt derhalve de in punt 32 van het onderhavige arrest uiteengezette uitlegging. Een enige controleautoriteit en bijgevolg ook de lidstaat waartoe zij behoort, kunnen de krachtens deze verordening op hen rustende verplichtingen niet nakomen indien deze autoriteit de betrouwbaarheid en de juistheid van de door haar verzamelde gegevens niet kan controleren en uitsluitend de door de kapiteins van vaartuigen in het visserijlogboek ingevulde gegevens automatisch doorgeeft.

40 Wat in de derde plaats de doelstelling van verordening nr. 1224/2009 betreft, zij eraan herinnerd dat deze verordening moet worden gezien in het kader van het GVB, waarvan de instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd in artikel 2, lid 1, van verordening nr. 1380/2013. Volgens deze bepaling staat het GVB er borg voor dat de activiteiten in het kader van de visserij en de aquacultuur uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden.

41 De lidstaten kunnen het gebruik van de quota slechts correct controleren en bijdragen tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van verordening nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het GVB, indien zij zich ervan kunnen vergewissen dat zij over correcte en volledige informatie en gegevens over de vangstmogelijkheden beschikken.

42 Het zou dan ook onverenigbaar zijn met de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB om de enige controleautoriteit de bevoegdheid te ontzeggen om overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van verordening nr. 1224/2009 een redelijke en wetenschappelijk verantwoorde methode te gebruiken om de gegevens in het visserijlogboek te controleren teneinde zich ervan te vergewissen dat de vangstgegevens juist zijn voor mededeling ervan aan de Commissie.

43 Zoals de Commissie betoogt, zou de uitlegging dat de enige controleautoriteit de gegevens automatisch – zonder haar deskundigheid onafhankelijk uit te oefenen – moet meedelen wanneer zij, zoals in casu, goede redenen heeft om aan te nemen dat de gegevens in het visserijlogboek onjuist zijn, steun moeten vinden in duidelijke bewoordingen in verordening nr. 1380/2013 of in verordening nr. 1224/2009, hetgeen niet het geval is.

44 Bovendien is deze uitlegging in overeenstemming met de rechtspraak die het Hof reeds heeft ontwikkeld in het kader van de normatieve context vóór verordening nr. 1224/2009.

45 Met betrekking tot artikel 9, leden 1 en 2, van verordening (EEG) nr. 2241/87 van de Raad van 23 juli 1987 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de visserijactiviteiten (PB 1987, L 207, blz. 1) – volgens hetwelk de lidstaten er enerzijds zorg voor moesten dragen dat de aanvoer van alle vangsten uit een aan een TAC of quotum onderworpen bestand of groep werd geregistreerd, en anderzijds deze informatie aan de Commissie moesten doorgeven – heeft het Hof reeds geoordeeld dat deze bepaling niet aldus kan worden uitgelegd dat zij enkel de verplichting oplegt om de door de lidstaten vergaarde gegevens tijdig door te geven. Integendeel, de lidstaten moeten er zorg voor dragen dat de meegedeelde gegevens juist zijn. Derhalve verwierp het Hof de argumenten van de betrokken lidstaat dat die bepaling de lidstaten enkel de verplichting oplegt om de logboekgegevens mee te delen, zonder dat zij de juistheid ervan behoeven te controleren (zie in die zin arrest van 14 november 2002, Commissie/Verenigd Koninkrijk, C‑454/99, EU:C:2002:652, punten 47 en 48).

46 Gelet op een en ander moet worden geconcludeerd dat artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van verordening nr. 1224/2009 aldus moeten worden uitgelegd dat de enige controleautoriteit van een lidstaat niet verplicht is de Commissie enkel in kennis te stellen van de gegevens die de kapiteins van vissersvaartuigen overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van deze verordening hebben ingevuld in het visserijlogboek, maar voor de behandeling van die gegevens een redelijke en wetenschappelijk verantwoorde methode zoals de zogenoemde „doorgebrachte tijd-methode” mag gebruiken om zich ervan te vergewissen dat de vangstcijfers die zij aan de Commissie meedeelt, nauwkeurig zijn.

Kosten

47 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Zesde kamer) verklaart voor recht:

Artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006, zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2015/812 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015, moeten aldus worden uitgelegd dat de enige controleautoriteit van een lidstaat niet verplicht is de Commissie enkel in kennis te stellen van de gegevens die de kapiteins van vissersvaartuigen overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van deze verordening hebben ingevuld in het visserijlogboek, maar voor de behandeling van die gegevens een redelijke en wetenschappelijk verantwoorde methode zoals de zogenoemde „doorgebrachte tijd-methode” mag gebruiken om zich ervan te vergewissen dat de vangstcijfers die zij aan de Commissie meedeelt, nauwkeurig zijn.

ondertekeningen

* Procestaal: Engels.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Aangehaald in