Art. 16 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Vissersvaartuigen die geen visserijlogboek hoeven bij te houden
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. Elke lidstaat houdt steekproefsgewijs toezicht op de activiteiten van de vissersvaartuigen die niet vallen onder de in de artikelen 14 en 15 vastgestelde verplichtingen, teneinde erop toe te zien dat die vaartuigen de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid naleven.
2. Voor het in lid 1 bedoelde toezicht stelt elke lidstaat, volgens een methode die de Commissie overeenkomstig de in artikel 119 bedoelde procedure vaststelt, een steekproefplan op, dat hij elk jaar uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toestuurt, met vermelding van de methoden die voor de opstelling van dat plan zijn gebruikt. De steekproefplannen blijven, voor zover mogelijk, stabiel in de tijd en zijn binnen betrokken geografische gebieden gestandaardiseerd.
3. De lidstaten die vissersvaartuigen van minder dan 10 m lengte over alles die onder hun vlag varen, verplichten de in artikel 14 bedoelde visserijlogboeken in te dienen, overeenkomstig hun wetgeving, zijn vrijgesteld van de verplichting in de leden 1 en 2 van dit artikel.
4. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel worden verkoopdocumenten die overeenkomstig de artikelen 62 en 63 zijn ingediend, aanvaard als alternatief voor steekproefplannen.