Art. 56, Algemene beginselen
1. Voor de toepassing van de onderhavige afdeling worden, waar dat relevant is, de volgende gewasgroepen onderscheiden:
a) de oppervlakten die worden aangegeven ter activering van toeslagrechten in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, waarbij al naar het geval voor elke oppervlakte wordt voldaan aan de specifieke voorwaarden die ervoor gelden;
b) de oppervlakten die worden aangegeven in het kader van de bij titel V, hoofdstuk 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde regeling inzake een enkele areaalbetaling;
c) een groep voor elk van de oppervlakten voor de toepassing van een andere oppervlaktegebonden steunregeling waarvoor een verschillend steunbedrag geldt;
d) oppervlakten die worden aangegeven onder de rubriek „andere vormen van grondgebruik”.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), wordt het gemiddelde in aanmerking genomen van de waarden van de verschillende toeslagrechten waarvoor de desbetreffende aangegeven oppervlakte wordt gebruikt.
2. Indien dezelfde oppervlakte dient als basis voor steunaanvragen in het kader van meer dan één oppervlaktegebonden steunregeling, wordt die oppervlakte voor elk van die steunregelingen afzonderlijk in aanmerking genomen.