Art. 51 Verordening (EG) nr. 1122/2009, Selectie van de steekproef voor controles

Verordening (EG) nr. 1122/2009

1. Onverminderd de controles die worden uitgevoerd naar aanleiding van niet-nalevingen die op enige andere wijze onder de aandacht van de bevoegde controleautoriteit worden gebracht, wordt de selectie van elk van de steekproeven met overeenkomstig artikel 50 te controleren landbouwbedrijven naargelang van het geval gebaseerd op een risicoanalyse overeenkomstig de geldende regelgeving of op een aan de eisen of normen aangepaste risicoanalyse. Die risicoanalyse mag worden verricht op het niveau van de individuele landbouwbedrijven of op het niveau van categorieën landbouwbedrijven of geografische gebieden of, in het in lid 5, tweede alinea, onder b), van het onderhavige artikel genoemde geval, op het niveau van ondernemingen.

Bij de risicoanalyse mag rekening worden gehouden met één van of allebei de volgende omstandigheden:

a) de deelneming door de landbouwer aan het in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bedrijfsadviseringssysteem;

b) de deelneming door de landbouwer aan een certificeringssysteem indien het betrokken systeem relevant is voor de betrokken eisen en normen.

Onverminderd artikel 50, lid 1, kan een lidstaat besluiten landbouwers die rechtstreekse betalingen ontvangen en landbouwers voor wie verplichtingen in het kader van de randvoorwaarden als bedoeld in de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 gelden, te selecteren op basis van dezelfde risicoanalyse.

2. Om voor het element van representativiteit te zorgen, wordt tussen 20 % en 25 % van het in artikel 50, lid 1, eerste alinea, bedoelde minimumaantal landbouwers bij wie een controle ter plaatse moet worden verricht, op aselecte wijze gekozen.

Indien het aantal ter plaatse te controleren landbouwers evenwel groter is dan het in artikel 50, lid 1, eerste alinea, bedoelde minimumaantal landbouwers bij wie een controle ter plaatse moet worden verricht, bestaat de extra steekproef voor ten hoogste 25 % uit op aselecte wijze gekozen landbouwers.

3. Waar dat passend is, mag vóór het einde van de betrokken aanvraagperiode op basis van de beschikbare informatie een gedeeltelijke selectie van de steekproef voor controles worden uitgevoerd. De voorlopige steekproef wordt aangevuld wanneer alle desbetreffende aanvragen beschikbaar zijn.

4. De steekproeven met overeenkomstig artikel 50 te controleren landbouwers worden geselecteerd uit de steekproeven met landbouwers die reeds overeenkomstig de artikelen 30 en 31 zijn geselecteerd en voor wie de desbetreffende eisen of normen gelden. De in artikel 50, lid 1, eerste alinea, tweede zin, bedoelde steekproef wordt echter geselecteerd uit landbouwers voor wie de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 voor het betrokken kalenderjaar gelden.

5. In afwijking van lid 4 kunnen de steekproeven met overeenkomstig artikel 50 te controleren landbouwers worden geselecteerd uit de populatie van de landbouwers die steunaanvragen in het kader van de regelingen inzake rechtstreekse betalingen in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 73/2009 hebben ingediend en uit de landbouwers voor wie de artikelen 85 unvicies en 103 septvicies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 gelden, en die verplicht zijn de desbetreffende eisen of normen na te leven.

In dat geval:

a) mogen, indien op basis van de op het niveau van de landbouwbedrijven verrichte risicoanalyse wordt geconcludeerd dat niet-ontvangers van rechtstreekse steun een groter risico opleveren dan de landbouwers die steun hebben aangevraagd, landbouwers uit deze laatste groep worden vervangen door niet-ontvangers; in dat geval bereikt het totale aantal gecontroleerde landbouwers niettemin het in artikel 50, lid 1, bepaalde controlepercentage; dergelijke vervangingen worden naar behoren gemotiveerd en gedocumenteerd;

b) mag, indien dat doeltreffender is, de risicoanalyse worden verricht op het niveau van ondernemingen, in het bijzonder slachthuizen, handelaren of leveranciers, veeleer dan op het niveau van de landbouwbedrijven; in dat geval mogen de aldus gecontroleerde landbouwers worden meegerekend bij de bepaling of het in artikel 50, lid 1, genoemde controlepercentage is bereikt.

6. Besloten kan worden met een combinatie van de in de leden 4 en 5 bepaalde procedures te werken ingeval een dergelijke combinatie het controlesysteem doeltreffender maakt.