Art. 57, Bepaling van de berekeningsgrondslag in het licht van de aangegeven oppervlakten
1. Voor de aanvragen om steun in het kader van de oppervlaktegebonden steunregelingen, met uitzondering van die voor zetmeelaardappelen en zaaizaad als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdelingen 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geldt dat, indien de voor een gewasgroep geconstateerde oppervlakte groter blijkt te zijn dan de in de steunaanvraag aangegeven oppervlakte, de aangegeven oppervlakte wordt gebruikt voor de berekening van de steun.
2. Voor een aanvraag om steun in het kader van de bedrijfstoeslagregeling geldt dat:
— indien er een verschil is tussen de aangegeven toeslagrechten en de aangegeven oppervlakte, de bedrijfstoeslag wordt berekend op basis van de kleinste oppervlakte;
— indien het aantal aangegeven toeslagrechten hoger is dan het aantal toeslagrechten waarover de landbouwer beschikt, de aangegeven toeslagrechten worden verlaagd tot het aantal toeslagrechten waarover de landbouwer beschikt.
3. Onverminderd verlagingen en uitsluitingen overeenkomstig de artikelen 58 en 60 van de onderhavige verordening, geldt voor aanvragen om steun in het kader van de oppervlaktegebonden steunregelingen, met uitzondering van die voor zetmeelaardappelen en zaaizaad als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdelingen 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 73/2009 dat, indien voor een gewasgroep de in de verzamelaanvraag aangegeven oppervlakte groter is dan de geconstateerde oppervlakte, de betrokken steun wordt berekend op basis van de voor die gewasgroep geconstateerde oppervlakte.
Onverminderd artikel 30 van Verordening (EG) nr. 73/2009 geldt echter dat, indien in het kader van de bij de titels III, IV en V van Verordening (EG) nr. 73/2009 ingestelde steunregelingen het verschil tussen de totale geconstateerde oppervlakte en de totale met het oog op betaling aangegeven oppervlakte niet meer bedraagt dan 0,1 ha, de geconstateerde oppervlakte wordt geacht gelijk te zijn aan de aangegeven oppervlakte. Voor deze berekening worden uitsluitend te hoge aangiften van oppervlakten op het niveau van de gewasgroep in aanmerking genomen.
Het bepaalde in de tweede alinea geldt niet wanneer dat verschil meer dan 20 % van de totale met het oog op betaling aangegeven oppervlakte uitmaakt.