Art. 48 Verordening (EG) nr. 810/2009, Plaatselijke Schengensamenwerking tussen de consulaten van de lidstaten
1. Om een geharmoniseerde toepassing van het gemeenschappelijk visumbeleid te waarborgen waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met plaatselijke omstandigheden, werken de consulaten van de lidstaten en de Commissie binnen elk ambtsgebied samen en beoordelen zij in hoeverre het nodig is om met name het volgende tot stand te brengen:
a) een geharmoniseerde lijst van bewijsstukken die door aanvragers verstrekt dienen te worden, rekening houdend met de bepalingen van artikel 14 en bijlage II;
b) gemeenschappelijke criteria voor het onderzoek van aanvragen van vrijstellingen van het betalen van de visumleges overeenkomstig artikel 16, lid 7, en van aangelegenheden in verband met de vertaling van het aanvraagformulier, overeenkomstig artikel 11, lid 7;
c) een volledige lijst van door het gastland afgegeven reisdocumenten. Deze lijst wordt geregeld bijgewerkt.
Indien uit de beoordeling in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking blijkt dat een plaatselijk geharmoniseerde benadering nodig is met betrekking tot een of meer van de punten a) tot en met c), worden maatregelen met het oog op een dergelijke benadering vastgesteld volgens de procedure van artikel 52, lid 2.
2. In het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking wordt een gemeenschappelijk informatieblad opgesteld over eenvormige visa en visa met territoriaal beperkte geldigheid en luchthaventransitvisa (d.w.z. de daaraan te ontlenen rechten en de aanvraagvoorwaarden), dat in voorkomend geval de lijst van bewijsstukken als bedoeld in lid 1, onder a), vermeldt.
3. De volgende informatie wordt uitgewisseld in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking:
a) maandelijkse statistieken over afgegeven eenvormige visa, visa met territoriaal beperkte geldigheid en luchthaventransitvisa, alsmede over het aantal geweigerde visa;
b) wat de beoordeling van het migratierisico en/of de veiligheidsrisico’s betreft, informatie over:
i) de sociaaleconomische structuur van het gastland;
ii) plaatselijke informatiebronnen, met inbegrip van die op het gebied van sociale zekerheid, ziektekostenverzekering, fiscale registers en registers van binnenkomst en vertrek;
iii) het gebruik van valse, nagemaakte of vervalste documenten;
iv) routes voor illegale immigratie;
v) weigeringen;
c) informatie over de samenwerking met vervoersondernemingen;
d) informatie over verzekeringsmaatschappijen die een adequate medische reisverzekering aanbieden, inclusief verificatie van de dekking en het eigen risico.
4. Op gezette tijden worden vergaderingen van de lidstaten en de Commissie in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking belegd over uitvoeringsaangelegenheden met betrekking tot de toepassing van het gemeenschappelijk visumbeleid. Deze vergaderingen worden door de Commissie bijeengeroepen, tenzij anders overeengekomen op verzoek van de Commissie.
Er kunnen thematische bijeenkomsten worden georganiseerd en subgroepen ingesteld om specifieke onderwerpen te bestuderen in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking.
5. Van deze vergaderingen in het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking wordt systematisch een beknopt verslag opgesteld dat ter plaatse wordt verspreid. De Commissie kan de verslaglegging aan een lidstaat delegeren. Het consulaat van elke lidstaat zendt deze verslagen door naar zijn centrale autoriteiten.
Op basis van deze verslagen stelt de Commissie voor elk ambtsgebied een jaarverslag op dat aan het Europees Parlement en aan de Raad wordt toegezonden.
6. Vertegenwoordigers van de consulaten van de lidstaten die het Gemeenschapsacquis met betrekking tot visa niet toepassen of vertegenwoordigers van derde landen kunnen op ad-hocbasis worden uitgenodigd voor vergaderingen waar van gedachten wordt gewisseld over visumaangelegenheden.