Art. 14 Verordening (EG) nr. 810/2009, Bewijsstukken
1. Van aanvragers van een eenvormig visum wordt verlangd dat zij het volgende verstrekken:
a) documenten waaruit het doel van de reis blijkt;
b) documenten met betrekking tot logies of het bewijs van voldoende middelen om in logies te voorzien;
c) documenten waaruit blijkt dat de aanvrager voldoende middelen van bestaan heeft zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor zijn terugreis naar het land van herkomst of verblijf, of voor doorreis naar een derde land waar hij zeker zal worden toegelaten, of in de mogelijkheid verkeert deze middelen legaal te verkrijgen, overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder c), en lid 3, van de Schengengrenscode;
d) informatie die het mogelijk maakt het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum te verlaten, te beoordelen.
2. Van aanvragers van een luchthaventransitvisum wordt verlangd dat zij het volgende verstrekken:
a) documenten met betrekking tot de doorreis naar de eindbestemming na de voorgenomen transit op de luchthaven;
b) documenten die het mogelijk maken het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten niet binnen te komen, te beoordelen.
3. Een niet-limitatieve lijst van bewijsstukken die het consulaat van de aanvrager kan verlangen om te verifiëren of wordt voldaan aan de voorwaarden van de leden 1 en 2, is opgenomen in bijlage II.
4. De lidstaten kunnen van de aanvragers verlangen dat zij een bewijs van garantstelling en/of particuliere logiesverstrekking overleggen door het invullen van een formulier dat is opgesteld door de lidstaat. Dit formulier bevat met name de volgende informatie:
a) of het bedoeld is als bewijs van garantstelling en/of logiesverstrekking;
b) of de gastheer/gastvrouw een particulier, een onderneming of een organisatie is;
c) de identiteit en contactgegevens van de gastheer/gastvrouw;
d) de uitgenodigde aanvrager of aanvragers;
e) het verblijfadres;
f) de duur en het doel van het verblijf;
g) eventuele verwantschap met de gastheer/gastvrouw.
Naast de officiële taal of talen van de lidstaat wordt het formulier in ten minste één andere officiële taal van de instellingen van de Europese Unie opgesteld. In het formulier wordt aan degene die het ondertekent de in artikel 37, lid 1, van de VIS-verordening vereiste informatie verstrekt. Een model van het formulier wordt aan de Commissie toegestuurd.
5. In het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking wordt voor elk ambtsgebied beoordeeld in hoeverre de lijsten van bewijsstukken moeten worden aangevuld en geharmoniseerd om rekening te houden met plaatselijke omstandigheden.
6. De consulaten kunnen vrijstelling verlenen van een of meer van de verplichtingen in lid 1 in het geval van aanvragers die bij hen bekendstaan voor hun integriteit en betrouwbaarheid, en met name voor het juiste gebruik van eerder afgegeven visa, indien er geen twijfel over bestaat dat zij voldoen aan de eisen van artikel 5, lid 1, van de Schengengrenscode wanneer zij de buitengrenzen van de lidstaten overschrijden.