Rb. Den Haag 28 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:16126

Afwijzing aanvraag om een faciliterend visum, omdat verweerder de familiale band tussen de vader (referent) en de vreemdelingen (moeder en 3 kinderen) niet aannemelijk vindt, omdat hun geboorteakten tardief zijn opgemaakt, en niet met een vliegreservering is aangetoond dat de vreemdelingen zich bij referent zullen voegen. Verweerder trekt zijn standpunt, dat de geboorteakte van de jongste zoon tardief is opgemaakt, in. Van alle vreemdelingen zijn paspoorten overgelegd. Van de daarin genoemde personalia moet volgens jurisprudentie van de Afdeling worden uitgegaan, ondanks dat de andere geboorteakten tardief zijn opgemaakt. Ook geen grond om aan de overige gegevens in de geboorteakten, te weten dat referent en/of de moeder de ouders zijn van de minderjarige vreemdelingen, te twijfelen. Verweerder heeft de authenticiteit van de door referent overgelegde huwelijksakte niet in twijfel getrokken en onvoldoende concrete feiten naar voren gebracht om aan het huwelijk te twijfelen. Daarom heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat de vreemdelingen geen familie van referent zijn. Uit de Verblijfsrichtlijn blijkt niet dat voor de verlening van een faciliterend visum is vereist dat de vreemdelingen met een vliegreservering moeten aantonen dat zij zich in Nederland bij referent zullen voegen. De indiening van de aanvraag en de garantstelling door referent voor de vreemdelingen volstaat hiertoe al. Voor de verkrijging van een verblijfskaart na de verlening van het faciliterend visum is het ook nodig dat de vreemdelingen bij referent verblijven. Verweerder heeft ook onvoldoende toegelicht op welke wijze het bezit van vliegreserveringen voor Nederland bijdraagt aan het bewijs dat de vreemdelingen zich daadwerkelijk bij referent zullen voegen. Ook dit standpunt heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd. Beroep gegrond en vernietiging bestreden besluit

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken