Art. 16 Verordening (EG) nr. 810/2009, Visumleges

Verordening (EG) nr. 810/2009

1. Aanvragers dienen een bedrag van 60 EUR aan visumleges te voldoen.

2. Voor kinderen tussen zes en twaalf jaar bedragen de visumleges 35 EUR.

3. Dit bedrag wordt regelmatig herzien en weerspiegelt de administratieve kosten.

4. Aanvragers die tot een van de volgende categorieën behoren zijn vrijgesteld van visumleges:

a) kinderen jonger dan zes jaar;

b) scholieren, studenten, postacademische studenten en begeleidende docenten als het doel van hun verblijf studie of beroepsopleiding is;

c) onderzoekers uit derde landen die reizen voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in de zin van Aanbeveling nr. 2005/761/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 tot vergemakkelijking van de afgifte door de lidstaten van eenvormige visa voor een verblijf van korte duur aan onderzoekers die onderdaan zijn van een derde land en die zich met het oog op wetenschappelijk onderzoek verplaatsen in de Gemeenschap (21);

d) vertegenwoordigers van non-profitorganisaties die vijfentwintig jaar of jonger zijn en deelnemen aan door non-profitorganisaties georganiseerde studiebijeenkomsten, conferenties, sportieve, culturele of educatieve evenementen.

5. Van betaling van visumleges kunnen worden vrijgesteld:

a) kinderen tussen zes en twaalf jaar oud;

b) houders van diplomatieke en dienstpaspoorten;

c) deelnemers aan door non-profitorganisaties georganiseerde studiebijeenkomsten, conferenties, sportieve, culturele of educatieve evenementen die vijfentwintig jaar of jonger zijn.

In het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking streven de lidstaten ernaar de toepassing van deze vrijstellingen te harmoniseren.

6. In individuele gevallen kan het te betalen bedrag aan visumleges worden kwijtgescholden of verminderd wanneer daarmee culturele of sportieve belangen alsmede belangen op het gebied van buitenlands beleid, ontwikkelingsbeleid en andere vitale openbare belangen of humanitaire redenen gediend zijn.

7. De visumleges worden geheven in euro, in de nationale munt van het derde land waar de aanvraag wordt ingediend of in de munt die doorgaans in dat land wordt gebruikt, en worden, behalve in de in de artikelen 18, lid 2, en 19, lid 3, bedoelde gevallen, niet terugbetaald.

Indien de visumleges in een andere munt dan de euro worden geheven, wordt het bedrag ervan vastgesteld en regelmatig opnieuw bezien aan de hand van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde wisselkoersen. Het geheven bedrag mag worden afgerond en de consulaten zorgen er in het kader van plaatselijke Schengensamenwerking voor dat zij gelijke leges heffen.

8. Aanvragers ontvangen voor de betaalde visumleges een kwitantie.