Art. 10 Verordening (EG) nr. 810/2009, Algemene voorschriften voor het indienen van een aanvraag
1. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 13, 42, 43 en 45, dient de aanvrager, bij het indienen van een aanvraag, in persoon te verschijnen.
2. De consulaten kunnen vrijstelling verlenen van de verplichting in lid 1 indien de aanvrager bij hen bekendstaat om zijn integriteit en betrouwbaarheid.
3. Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager:
a) een aanvraagformulier als bedoeld in artikel 11 overleggen;
b) een reisdocument als bedoeld in artikel 12 overleggen;
c) een foto overleggen die beantwoordt aan de normen van Verordening (EG) nr. 1683/95 of, indien het VIS operationeel is overeenkomstig artikel 48 van de VIS-verordening, die beantwoordt aan de in artikel 13 van deze verordening vastgestelde normen;
d) de afname van zijn vingerafdrukken toestaan overeenkomstig artikel 13, voor zover van toepassing;
e) de visumleges betalen overeenkomstig artikel 16;
f) bewijsstukken overleggen als bedoeld in artikel 14 en bijlage II;
g) indien nodig aantonen dat hij een toereikende en geldige reisverzekering tot dekking van ziektekosten heeft afgesloten overeenkomstig artikel 15.