Art. 3 Verordening (EG) nr. 352/2009, Definities

Verordening (EG) nr. 352/2009

Voor de toepassing van deze verordening zijn de definities van artikel 3 van Richtlijn 2004/49/EG van toepassing.

Voorts wordt verstaan onder:

1) „risico”: de frequentie van tot schade leidende ongevallen en incidenten (veroorzaakt door een gevaar) en de ernst van die schade;

2) „risicoanalyse”: systematisch gebruik van alle beschikbare informatie om gevaren op te sporen en het risico in te schatten;

3) „risico-evaluatie”: procedure op basis van de risicoanalyse om te bepalen of het risico tot een aanvaardbaar niveau is teruggebracht;

4) „risicobeoordeling”: het volledige proces bestaande uit een risicoanalyse en een risico-evaluatie;

5) „veiligheid”: afwezigheid van onaanvaardbaar risico of gevaar;

6) „risicobeheer”: de systematische toepassing van managementstrategieën, -processen en -methoden bij de analysering, evaluatie en beheersing van risico's;

7) „interfaces”: alle punten van interactie tijdens de levenscyclus van een systeem of subsysteem, met inbegrip van de exploitatie en het onderhoud, waarop verschillende actoren in de spoorwegsector samenwerken om de risico's beheren;

8) „actoren”: alle partijen die, rechtstreeks of via contractuele verbintenissen, betrokken zijn bij de toepassing van deze verordening overeenkomstig artikel 5, lid 2;

9) „veiligheidsvereisten”: de (kwalitatieve of kwantitatieve) veiligheidskenmerken van een systeem en de exploitatie daarvan (met inbegrip van exploitatieregels) welke noodzakelijk zijn om te voldoen aan wettelijke of door het bedrijf opgelegde veiligheidsdoelstellingen;

10) „veiligheidsmaatregelen”: een reeks maatregelen om de frequentie waarmee een gevaar zich voordoet of de gevolgen daarvan te beperken teneinde een aanvaardbaar risiconiveau te bereiken en/of te handhaven;

11) „initiatiefnemer”: de spoorwegondernemingen of de infrastructuurbeheerders in het kader van de risicobeheersingsmaatregelen die zij moeten toepassen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/49/EG, de aanbestedende diensten of fabrikanten die een beroep doen op een aangemelde instantie voor de toepassing van een „EG”-keuringsprocedure overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG, of de aanvrager van een vergunning voor de indienststelling van voertuigen;

12) „veiligheidsbeoordelingsverslag”: het verslag met de conclusies van de door een beoordelingsinstantie van het te beoordelen systeem uitgevoerde beoordeling;

13) „gevaar”: een situatie die tot een ongeval kan leiden;

14) „beoordelingsinstantie”: een onafhankelijke en bevoegde persoon, organisatie of entiteit die een onderzoek verricht om, op basis van bewijsmateriaal, te beoordelen of een systeem geschikt is om aan de vastgestelde veiligheidsvereisten te voldoen;

15) „risicoaanvaardingscriteria”: de referentiewaarden om de aanvaardbaarheid van een specifiek risico te beoordelen. Deze criteria worden gebruikt om te bepalen of een risiconiveau voldoende laag is en er geen onmiddellijke maatregelen moeten worden genomen om dat niveau nog verder te verlagen;

16) „gevareninventaris”: het document waarin de vastgestelde gevaren, de bijbehorende maatregelen, de oorzaken ervan en de organisatie die ze moet beheren worden vermeld;

17) „inventarisatie van de gevaren”: het proces om gevaren op te sporen, te registreren en de kenmerken daarvan in kaart te brengen;

18) „risicoaanvaardingsbeginsel”: de regels die worden gehanteerd om te bepalen of de aan één of meer specifieke gevaren verbonden risico's al dan niet aanvaardbaar zijn;

19) „praktijkcode”: een reeks schriftelijk vastgelegde regels die, wanneer zij correct worden toegepast, kunnen worden gebruikt om één of meer specifieke gevaren te beheersen;

20) „referentiesysteem”: een in de praktijk beproefd systeem met een aanvaardbaar veiligheidsniveau waaraan de aanvaardbaarheid van risico's van een te beoordelen systeem door middel van vergelijking kan worden getoetst;

21) „risico-inschatting”: het proces dat wordt gebruikt om een maatstaf vast te stellen voor de te analyseren risico's, bestaande uit de volgende stappen: inschatting van de frequentie, analyse van de consequenties en de integratie daarvan;

22) „technisch systeem”: een product of een geheel van producten met inbegrip van het ontwerp, de invoering en de begeleidende documentatie. De ontwikkeling van een technisch systeem begint met de vaststelling van de eisen en eindigt met de goedkeuring van het systeem. Hoewel rekening wordt gehouden met het ontwerp van interfaces met menselijk gedrag, maken personeel en bediening door de mens geen deel uit van een technisch systeem. Het onderhoudsproces wordt beschreven in de onderhoudshandleidingen, maar maakt zelf geen deel uit van het technische systeem.

23) „rampzalige gevolgen”: het aantal overledenen en/of zwaargewonden en/of de ernstige schade aan het milieu ten gevolge van een ongeval;

24) „veiligheidsgoedkeuring”: status die door de initiatiefnemer aan de wijziging wordt toegekend op basis van het door de beoordelingsinstantie opgestelde veiligheidsbeoordelingsverslag.

25) „systeem”: een gedeelte van het spoorwegsysteem dat een wijziging ondergaat;

26) „aangemeld nationaal voorschrift”: een nationaal voorschrift dat door de lidstaten is aangemeld uit hoofde van Richtlijn 96/48/EG van de Raad (4), Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) en de Richtlijnen 2004/49/EG en 2008/57/EG.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen