Art. 68, Algemene voorschriften
1. De lidstaten kunnen specifieke steun verlenen aan de landbouwers onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden:
a) voor:
i) specifieke soorten van landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu,
ii) de verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten,
iii) de verbetering van de afzet van landbouwproducten,
iv) de toepassing van aangescherpte dierenwelzijnsnormen,
v) specifieke landbouwactiviteiten die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren;
b) om de specifieke nadelen te verhelpen waarmee landbouwers in de sectoren zuivel, rund- en kalfsvlees, schapenvlees, geitenvlees en rijst, die actief zijn in economisch of ecologisch kwetsbare gebieden,worden geconfronteerd, of in dezelfde sectoren, voor economisch kwetsbare soorten landbouw,
c) in gebieden met herstructurerings- en ontwikkelingsprogramma's om te voorkomen dat het land wordt verlaten en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden te helpen compenseren,
d) in de vorm van bijdragen aan oogst-, dier- en plantverzekeringspremies, overeenkomstig de in artikel 70 vastgestelde voorwaarden,
e) bij wijze van onderlinge fondsen voor dier- en plantenziekten en milieuongevallen, overeenkomstig de in artikel 71 vastgestelde voorwaarden.
2. De in lid 1, onder a), bedoelde steun mag slechts worden verleend indien:
a) met betrekking tot de in lid 1, onder a), punt v), bedoelde specifieke landbouwactiviteiten,
i) wordt voldaan aan de in artikel 39, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde voorschriften, en alleen om daadwerkelijk gemaakte extra kosten en verbeurde inkomsten te dekken met het oog op het bereiken van de betrokken doelstelling; en
ii) deze door de Commissie is goedgekeurd.
b) met betrekking de in lid 1, onder a), punt ii), bedoelde verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten, wordt voldaan aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 509/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake gegarandeerde traditionele specialiteiten voor landbouwproducten en levensmiddelen (27), Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (28), Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten (29) en deel II, titel II, hoofdstuk 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007,
c) met betrekking tot de in lid 1, onder a), punt iii), bedoelde verbetering van de afzet van landbouwproducten, wordt voldaan aan de in de artikelen 2 tot en met 5 van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad van 17 december 2007 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen (30) vastgestelde criteria.
3. De in lid 1, onder b), bedoelde steun mag slechts worden verleend voor zover dat als stimulans noodzakelijk is om de huidige productie op peil te houden.
Voor de sectoren schapenvlees, geitenvlees, rund- en kalfsvlees, mag, indien die steun en de op grond van de artikelen 52 en 53 verleende steun samen worden toegepast, de totale steun niet hoger zijn dan het totaalbedrag van de steun dat wordt verkregen na toepassing van de maximumpercentages die de lidstaten mogen behouden overeenkomstig de artikelen 67 en 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003.
Voor de rijstsector kan de in lid 1, onder b), bedoelde steun alleen worden verleend vanaf het kalenderjaar waarin de lidstaten de in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 1, bedoelde gewasspecifieke betaling voor rijst integreren in de bedrijfstoeslagregeling.
4. De steun, bedoeld in:
a) lid 1, onder a) en d), wordt verleend in de vorm van jaarlijkse extra betalingen,
b) lid 1, onder b), wordt verleend in de vorm van jaarlijkse extra betalingen, zoals veebetalingen of graslandpremies,
c) lid 1, onder c), wordt verleend in de vorm van een verhoging van het eenheidsbedrag van de toeslagrechten en/of het aantal toeslagrechten van de landbouwer,
d) lid 1, onder e), wordt verleend in de vorm van de in artikel 71 bedoelde compensatiebetalingen.
5. Toeslagrechten waarvan het eenheidsbedrag is verhoogd en extra toeslagrechten, als bedoeld in lid 4, onder c), mogen slechts worden overgedragen indien samen met de toeslagrechten een overeenkomstig aantal hectaren wordt overgedragen.
6. Steun die uit hoofde van lid 1 wordt verleend, moet in overeenstemming zijn met andere communautaire maatregelen en beleidslijnen.
7. De Commissie stelt volgens de in artikel 141, lid 2, bedoelde procedure de voorwaarden voor de in lid 2, onder a), ii), bedoelde goedkeuring van de Commissie en de voorwaarden voor de toekenning van de in deze afdeling bedoelde steun vast, met name om de samenhang met andere communautaire maatregelen en ander communautair beleid te garanderen en cumulatie van steun te voorkomen.
8. Lidstaten die het in artikel 69, lid 1, bedoelde besluit hebben genomen kunnen dat uiterlijk op 1 augustus 2011 herzien en vanaf 2012 besluiten om
a) de bedragen voor de financiering van de in dit hoofdstuk bedoelde steun wijzigen binnen de limieten van artikel 69; of
b) specifieke steunverlening op grond van dit hoofdstuk te beëindigen.
Al naargelang het door iedere lidstaat op grond van de eerste alinea genomen besluit, bepaalt de Commissie volgens de in artikel 141, lid 2, bedoelde procedure het overeenkomstige maximum voor die steun.
Wanneer een lidstaat besluit om de toepassing van dit hoofdstuk te beëindigen of wanneer hij de bedragen voor de financiering ervan vermindert, is artikel 72, lid 2, van toepassing.