Art. 63 Verordening (EG) nr. 73/2009, Integratie van gekoppelde steun in de bedrijfstoeslagregeling
1. Met ingang van 2010 integreren de lidstaten de steun die beschikbaar is in het kader van de in bijlage XI opgenomen regelingen voor gekoppelde steun overeenkomstig de in de artikelen 64, 65, 66 en 67 vastgestelde voorschriften in de bedrijfstoeslagregeling.
2. In afwijking van lid 1:
a) mogen de lidstaten die overeenkomstig titel III, hoofdstukken 1 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 de bedrijfstoeslagregeling hebben ingevoerd, besluiten de in lid 1 bedoelde steun geheel of gedeeltelijk te gebruiken voor het vaststellen van toeslagrechten of het verhogen van de waarde van toeslagrechten op basis van het soort landbouwactiviteiten die de landbouwers in de periode 2005-2008 gedurende een of meer jaren hebben uitgeoefend, en op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals landbouwpotentieel of milieuoverwegingen;
b) mogen de lidstaten die overeenkomstig titel III, hoofdstuk 5, afdeling 1, of hoofdstuk 6, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 de bedrijfstoeslagregeling hebben ingevoerd of die gebruik maken van de in artikel 47 van deze verordening geboden keuzemogelijkheid, besluiten de in lid 1 bedoelde steun geheel of gedeeltelijk te gebruiken om het bedrag van alle toeslagrechten te verhogen met een extra bedrag dat overeenkomt met de verhoging van het regionale maximum, gedeeld door het totale aantal toeslagrechten.
De lidstaten kunnen de verhoging van het bedrag van de toeslagrechten ook differentiëren door rekening te houden met de in artikel 64, lid 1, bedoelde criteria dan wel op basis van het soort landbouwactiviteiten die de landbouwers in de periode 2005-2008 gedurende een of meer jaren hebben uitgeoefend, en op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals landbouwpotentieel of milieuoverwegingen.
3. Lidstaten die gebruik maken van de in lid 2, onder a), bedoelde afwijking, nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat landbouwers die de in lid 1 bedoelde steun hebben genoten, niet worden uitgesloten van de bedrijfstoeslagregeling. Zij zien er met name op toe dat de totale steun die de landbouwers na de integratie van de in lid 1 bedoelde regelingen inzake gekoppelde steun in de bedrijfstoeslagregeling zullen ontvangen, niet minder bedraagt dan 75 % van de gemiddelde jaarlijkse steun die de landbouwers in de toepasselijke referentieperiodes bedoeld in de artikelen 64, 65 en 66 op grond van de rechtstreekse betalingen hebben ontvangen.