Art. 70 Verordening (EG) nr. 73/2009, Oogst-, dier- en plantverzekering
1. De lidstaten kunnen financieel bijdragen in premies om de oogst, de dieren en de planten te verzekeren tegen door ongunstige weersomstandigheden en dier- of plantenziekten of plagen veroorzaakte economische verliezen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a) onder „ongunstige weersomstandigheden” wordt verstaan weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, zoals vorst, hagel, ijs, regen of droogte,
b) onder „dierziekten” wordt verstaan ziekten die zijn vermeld in de lijst van dierziekten die is opgesteld door de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) en/of in de lijst van dierziekten die is opgenomen in de bijlage bij Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (31),
c) „economische verliezen”: aanvullende kosten die een landbouwer maakt als gevolg van door hem genomen uitzonderlijke maatregelen om het aanbod op de betrokken markt of substantieel productieverlies te verminderen.
2. Er mag alleen financieel worden bijdragen voor door ongunstige weersomstandigheden, dier- of plantenziekten of plagen veroorzaakte verliezen die voor een landbouwer leiden tot een verlies van meer dan 30 % van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar of de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaren, de hoogste en de laagste productie niet meegerekend.
3. De per landbouwer toegekende financiële bijdrage bedraagt maximaal 65 % van de verschuldigde verzekeringspremie.
De lidstaten kunnen het bedrag van de voor de financiële bijdrage in aanmerking komende premie koppelen aan een adequaat maximum.
4. Er wordt slechts in dekking door de oogst- en/of dier- en/of plantverzekering voorzien indien de ongunstige weersomstandigheden of de uitbraak van een dier- of plantenziekte of plaag officieel als zodanig zijn erkend door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.
De lidstaten stellen in voorkomend geval vooraf criteria vast op grond waarvan formele erkenning wordt geacht te zijn verleend.
5. De verzekeringsbetalingen zijn bestemd ter vergoeding van niet meer dan de totale kosten van de vervanging van de in lid 1 bedoelde verliezen en zijn niet gekoppeld aan eisen inzake wat of hoeveel in de toekomst moet worden geproduceerd.
6. De financiële bijdrage wordt rechtstreeks aan de betrokken landbouwer betaald.
7. De middelen die de lidstaten aan financiële bijdragen uitgeven, worden door de Gemeenschap met de in artikel 69, lid 1, bedoelde middelen voor 75 % meegefinanceerd.
Het bepaalde in de eerste alinea doet op geen enkele wijze afbreuk aan bevoegdheden van de lidstaten om hun deelname in de financiering van de financiële bijdragen en het deel van de verzekeringspremie dat door de landbouwers wordt gedragen geheel of gedeeltelijk te dekken met behulp van in de betrokken sectoren toegepaste verplichte regelingen voor collectieve aansprakelijkheid. Dit is mogelijk onverminderd de artikelen 125 terdecies en 125 quaterdecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
8. De lidstaten dragen er zorg voor dat economische verliezen die gecompenseerd worden op grond van andere communautaire bepalingen waaronder artikel 44 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en andere gezondheids-, veterinaire of fytosanitaire maatregelen niet extra worden gecompenseerd conform lid 1, eerste alinea.
9. De financiële bijdrage mag de werking van de interne markt voor verzekeringsdiensten niet belemmeren. De verlening van de financiële bijdrage mag niet worden beperkt tot door één verzekeringsonderneming of één groep ondernemingen aangeboden verzekeringen, noch worden gekoppeld aan de voorwaarde dat de verzekering moet worden afgesloten bij een in de betrokken lidstaat gevestigde onderneming.