Art. 71 Verordening (EG) nr. 73/2009, Onderlinge fondsen voor dier- en plantenziekten en milieuongevallen
1. De lidstaten kunnen in de vorm van financiële bijdragen aan onderlinge fondsen de landbouwers vergoeden voor economische verliezen als gevolg van de uitbraak van een dier- of een plantenziekte of een milieuongeval.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a) „onderling fonds”: een door de lidstaten overeenkomstig de nationale wetgeving geaccrediteerd systeem dat de aangesloten landbouwers in de gelegenheid stelt zich te verzekeren en aan de betrokken landbouwers die als gevolg van de uitbraak van een dier- of plantenziekte of een milieuongeval economische verliezen hebben geleden, compensatiebetalingen te doen;
b) „economische verliezen”: aanvullende kosten die een landbouwer maakt als gevolg van door hem genomen uitzonderlijke maatregelen om het aanbod op de betrokken markt of substantieel productieverlies te verminderen;
c) „milieuongeval”: een specifiek voorval van verontreiniging, besmetting of degradatie van de kwaliteit van het milieu als gevolg van een specifieke gebeurtenis, met een beperkte geografische uitwerking. Hieronder vallen niet algemene milieurisico's die niet het gevolg zijn van een specifieke gebeurtenis, zoals klimaatverandering of zure regen.
3. Wat dierziekten betreft, wordt alleen financiële compensatie toegekend voor de ziekten die zijn vermeld in de lijst van dierziekten die is opgesteld door de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) en/of in de lijst van dierziekten die is opgenomen in de bijlage bij Beschikking 90/424/EEG.
4. De lidstaten dragen er zorg voor dat economische verliezen die financieel gecompenseerd worden op grond van andere communautaire bepalingen waaronder artikel 44 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en andere gezondheids-, veterinaire of fytosanitaire maatregelen niet extra worden gecompenseerd conform lid 1, eerste alinea.
5. De uit de onderlinge fondsen gefinancierde vergoeding wordt rechtstreeks aan de aangesloten, door de economische verliezen getroffen landbouwers betaald.
De vergoeding die door de onderlinge fondsen wordt betaald, is afkomstig uit:
a) door de aangesloten of niet-aangesloten landbouwers, of andere exploitanten in de landbouwketen in het fonds gestort kapitaal of,
b) door de fondsen afgesloten commerciële leningen, en
c) de conform lid 11 terugbetaalde bedragen.
Initieel kapitaal wordt niet gefinancierd met openbare middelen.
6. De in lid 1 bedoelde financiële bijdragen kunnen betrekking hebben op:
a) de administratieve kosten van de oprichting van onderlinge fondsen, gespreid over maximaal drie jaar,
b) de terugbetaling van het kapitaal en de betaling van de rente voor commerciële leningen die het onderling fonds heeft afgesloten ter financiering van de voor de landbouwers bestemde vergoeding,
c) de bedragen die het onderling fonds uit zijn kapitaal betaalt in de vorm van vergoedingen aan de landbouwers.
De minimum- en maximumlooptijd van de commerciële leningen waarvoor een financiële bijdrage kan worden verleend, wordt door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 141, lid 2, bedoelde procedure.
Wanneer het fonds overeenkomstig de eerste alinea, onder c), een vergoeding betaalt, volgt de openbare financiële bijdrage hetzelfde tempo als een commerciële lening met een minimale looptijd.
7. De financiële bijdrage bedraagt niet meer dan 65 % van de in lid 6 bedoelde kosten. Niet door de financiële bijdragen gedekte kosten komen ten laste van de aangesloten landbouwers.
De lidstaten kunnen de voor een financiële bijdrage in aanmerking komende kosten beperken aan de hand van:
a) maxima per fonds,
b) adequate maxima per eenheid.
8. De middelen die de lidstaten aan financiële bijdragen uitgeven, worden door de Gemeenschap met de in artikel 69, lid 1, bedoelde middelen voor 75 % meegefinancierd.
Het bepaalde in de eerste alinea doet op geen enkele wijze afbreuk aan bevoegdheden van de lidstaten om hun deelname en/of de deelname van aangesloten landbouwers in de financiering van de financiële bijdragen geheel of gedeeltelijk te dekken met behulp van in de betrokken sectoren toegepaste verplichte regelingen inzake collectieve aansprakelijkheid. Dit is mogelijk onverminderd de artikelen 125 terdecies en 125 quaterdecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
9. De lidstaten stellen de voorschriften vast voor de oprichting en het beheer van de onderlinge fondsen, met name met betrekking tot de verlening van compensatiebetalingen aan landbouwers in crisissituaties, of voor het beheer en de controle van de naleving van deze voorschriften.
10. De lidstaten dienen jaarlijks een verslag over de tenuitvoerlegging van dit artikel in bij de Commissie. De Commissie stelt de vorm, de inhoud, het tijdschema en de termijnen van de verslaglegging vast volgens de in artikel 141, lid 2, bedoelde procedure.
11. Wanneer een landbouwer op grond van dit artikel een vergoeding ontvangt uit een onderling fonds, wordt het recht dat de landbouwer in voorkomend geval op grond van het communautair of het nationaal recht heeft om de vergoede economische verliezen op een derde partij te verhalen, volgens een door de betrokken lidstaat vast te stellen regeling overgedragen aan het onderling fonds.