Art. 6 De algemene groepsvrijstellingsverordening, Drempels voor individuele aanmelding
Verordening (EG) nr. 800/2008 (De algemene groepsvrijstellingsverordening)
1. Deze verordening is niet van toepassing op individuele steun, ongeacht of deze op ad-hoc basis of krachtens een steunregeling wordt verleend, indien het bruto subsidie-equivalent daarvan de volgende drempels overschrijdt:
a) kmo-steun ten behoeve van investeringen en werkgelegenheid: 7,5 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;
b) investeringssteun voor milieubescherming: 7,5 miljoen EUR per onderneming per investeringsproject;
c) kmo-steun ten behoeve van advisering: 2 miljoen EUR per onderneming per project;
d) kmo-steun ten behoeve van deelneming van kmo’s aan beurzen: 2 miljoen EUR per onderneming per project;
e) steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en haalbaarheidsstudies:
i) indien het project overwegend fundamenteel onderzoek is: 20 miljoen EUR per onderneming, per project/haalbaarheidsstudie;
ii) indien het project overwegend industrieel onderzoek is: 10 miljoen EUR per onderneming, per project/haalbaarheidsstudie;
iii) voor alle andere projecten: 7,5 miljoen EUR per onderneming, per project/haalbaarheidsstudie;
iv) indien het een EUREKA-project betreft: tweemaal de in, onderscheidenlijk, punten i), ii) en iii) bepaalde bedragen;
f) steun aan kmo’s ten behoeve van de kosten voor industriële eigendomsrechten: 5 miljoen EUR per onderneming per project;
g) opleidingssteun: 2 miljoen EUR per opleidingsproject;
h) steun voor de indienstneming van kwetsbare werknemers: 5 miljoen EUR per onderneming per jaar;
i) werkgelegenheidssteun voor gehandicapte werknemers in de vorm van loonsubsidies: 10 miljoen EUR per onderneming per jaar;
j) steun ter compensatie van de bijkomende kosten die het in dienst hebben van gehandicapte werknemers meebrengt: 10 miljoen EUR per onderneming per jaar.
Om voor de in punt e) bedoelde steun ten behoeve van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en haalbaarheidsstudies de passende drempels vast te stellen, wordt een project geacht „overwegend” uit fundamenteel onderzoek of „overwegend” uit industrieel onderzoek te bestaan, indien meer dan 50 % van de in aanmerking komende projectkosten wordt gemaakt voor activiteiten die binnen de categorie „fundamenteel onderzoek”, onderscheidenlijk „industrieel onderzoek” vallen. In gevallen waarin niet is vast te stellen dat het project overwegend tot een bepaalde onderzoekscategorie behoort, geldt de lagere drempel.
2. Regionale investeringssteun voor grote investeringsprojecten moet bij de Commissie worden aangemeld indien het totale bedrag aan steun uit alle bronnen meer dan 75 % bedraagt van het maximale bedrag aan steun dat een investering met in aanmerking komende kosten van 100 miljoen EUR kan ontvangen, waarbij de standaardsteundrempel wordt toegepast die volgens de goedgekeurde regionale steunkaart op het tijdstip van de steunverlening voor grote ondernemingen geldt.