Art. 43 Verordening (EG) nr. 216/2008, Uitsluiting, verschoning en wraking

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. De leden van de kamers van beroep kunnen niet aan een beroepsprocedure deelnemen wanneer zij daarbij enig persoonlijk belang hebben of voordien betrokken zijn geweest als vertegenwoordiger van een van de partijen in de procedure, dan wel wanneer zij hebben deelgenomen aan het bestreden besluit.

2. Indien een lid van een kamer van beroep om een van de in lid 1 genoemde redenen of om andere reden van mening is dat hij niet aan een beroepsprocedure kan deelnemen, stelt hij de kamer van beroep daarvan in kennis.

3. De leden van de kamers van beroep kunnen, om een van de in lid 1 genoemde redenen of indien aan hun onpartijdigheid wordt getwijfeld, door elke partij in de beroepsprocedure worden gewraakt. Zulke wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de beroepsprocedure, ofschoon zij op de hoogte is van een grond voor wraking, reeds een proceshandeling heeft verricht. De wraking kan niet zijn gegrond op de nationaliteit van het betrokken lid.

4. De kamers van beroep beslissen in de in de leden 2 en 3 genoemde gevallen zonder de deelneming van het betrokken lid over de te ondernemen actie. Bij het nemen van deze beslissing wordt het betrokken lid in de kamer van beroep vervangen door zijn plaatsvervanger.