Art. 42 Verordening (EG) nr. 216/2008, Leden van de kamers van beroep
1. De ambtstermijn van de leden van de kamers van beroep, van de voorzitter en van de plaatsvervangers, is vijf jaar. De ambtstermijn kan worden verlengd.
2. De leden van de kamers van beroep zijn onafhankelijk. Bij het nemen van beslissingen zijn zij niet aan enige instructie gebonden.
3. Het is de leden van de kamers van beroep niet toegestaan enige andere taken binnen het agentschap uit te oefenen. De leden van de kamers van beroep kunnen deeltijds werken.
4. De leden van de kamers van beroep mogen tijdens hun ambtstermijn niet van hun functie worden ontheven, noch van de lijst van gekwalificeerde kandidaten worden verwijderd, tenzij er ernstige gronden zijn voor deze ontheffing of verwijdering en de Commissie na advies van de raad van beheer hiertoe besluit.