Art. 39 Verordening (EG) nr. 216/2008, Benoeming van hoger personeel

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. De uitvoerend directeur wordt benoemd op grond van verdienste en voor de burgerluchtvaart relevante en door bewijsstukken aangetoonde bekwaamheid en ervaring. De uitvoerend directeur wordt door de raad van beheer op voorstel van de Commissie benoemd en ontslagen. De raad van beheer neemt zijn besluit met een meerderheid van drie vierden van de leden. De door de raad van beheer gekozen kandidaat kan worden verzocht vóór de benoeming een verklaring tegenover de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en de vragen van de commissieleden te beantwoorden.

2. De uitvoerend directeur kan worden bijgestaan door een of meer directeuren. Indien de uitvoerend directeur afwezig is of niet in staat is aanwezig te zijn, neemt een van de directeuren zijn plaats in.

3. De directeuren van het agentschap worden door de raad van beheer benoemd op grond van beroepsbekwaamheid die relevant is voor de burgerluchtvaart. De directeuren worden benoemd of ontslagen op voorstel van de uitvoerend directeur.

4. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur en de directeurs bedraagt vijf jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur kan slechts eenmaal worden verlengd.