Art. 48 Verordening (EG) nr. 216/2008, Onderzoek van het beroep

Verordening (EG) nr. 216/2008

1. Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de kamer van beroep of het beroep gegrond is.

2. De kamer van beroep gaat bij het onderzoek van het beroep volgens lid 1 voortvarend te werk. De kamer nodigt zo vaak als noodzakelijk is de partijen in de beroepsprocedure uit om binnen een bepaalde termijn opmerkingen in te dienen naar aanleiding van de kennisgevingen van de kamer of de mededelingen van de andere partijen in de beroepsprocedure. Het is de partijen in de beroepsprocedure toegestaan hun standpunt mondeling uiteen te zetten.