Art. 6 Verordening (EG) nr. 708/2007, Aanvraag van een vergunning
1. Aquacultuurbedrijven die voornemens zijn een introductie van een uitheemse soort of een translocatie van een plaatselijk niet-voorkomende soort te verrichten die niet onder artikel 2, lid 5, vallen, vragen hiervoor een vergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de ontvangende lidstaat. Aanvragen kunnen worden ingediend voor meerdere verplaatsingen binnen een periode van ten hoogste zeven jaar.
2. De door de aanvrager in te dienen aanvraag bevat een dossier dat is opgesteld volgens de in bijlage I vermelde indicatieve richtsnoeren. Het raadgevend comité bepaalt in een advies of de aanvraag alle vereiste gegevens bevat om te kunnen nagaan of het om een routinematige of een niet-routinematige verplaatsing gaat, en derhalve ontvankelijk is, en stelt de bevoegde autoriteit in kennis van haar advies.
3. Aan het eind van de vergunningsperiode kan een aanvraag voor een nieuwe vergunning worden ingediend door te verwijzen naar de voorgaande vergunning. Indien er geen gedocumenteerde nadelige milieu-effecten zijn, wordt de voorgestelde verplaatsing beschouwd als een routinematige verplaatsing.