Art. 3 Verordening (EG) nr. 708/2007, Definities

Verordening (EG) nr. 708/2007

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „aquacultuur”: de activiteit als omschreven in artikel 3, onder d), van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (10);

2. „open aquacultuurvoorziening”: een voorziening waar aquacultuur wordt bedreven in een aquatisch systeem dat niet van het natuurlijke watermilieu is gescheiden door barrières die ontsnapping van gekweekte exemplaren of biologisch materiaal die kans maken op overleving en reproductie, voorkomen;

3. „gesloten aquacultuurvoorziening”: een voorziening waar aquacultuur wordt bedreven in een aquatisch systeem met waterrecirculatie, dat van het natuurlijke watermilieu is gescheiden door barrières die ontsnapping van gekweekte exemplaren of biologisch materiaal die kans maken op overleving en reproductie, voorkomen;

4. „aquatische organismen”: alle in water levende soorten die behoren tot een van de rijken Animalia, Plantae en Protista, inclusief alle delen, geslachtscellen, zaadcellen, eicellen of propagulen van dergelijke wezens die kans maken op overleving en reproductie;

5. „polyploïde organismen”: organismen met kunstmatig geïnduceerde tetraploïdie (4N). Dit zijn aquatische organismen waarvan het aantal chromosomen in de cellen is verdubbeld door middel van celmanipulatietechnieken;

6. „uitheemse soort”:

a) een soort of ondersoort van een aquatisch organisme waar die buiten het bekende natuurlijke verspreidingsgebied en buiten het potentiële natuurlijke verspreidingsgebied voorkomt;

b) polyploïde organismen, en vruchtbare kunstmatig gehybridiseerde soorten, ongeacht hun natuurlijke of potentiële verspreidingsgebied;

7. „plaatselijk niet-voorkomende soort”: een soort of ondersoort van een aquatisch organisme die om biologisch-geografische redenen niet voorkomt in een bepaald gebied binnen het natuurlijke verspreidingsgebied;

8. „niet-doelsoort”: een soort of ondersoort van een aquatisch organisme die schadelijk kan zijn voor het aquatische milieu en die bij de introductie of translocatie van een ander aquatisch organisme onbedoeld samen met dat organisme wordt verplaatst, met uitzondering van ziekteveroorzakende organismen, waarop Richtlijn 2006/88/EG van toepassing is;

9. „verplaatsing”: introductie en/of translocatie;

10. „introductie”: de opzettelijke verplaatsing voor aquacultuurdoeleinden van een uitheemse soort naar een omgeving buiten haar natuurlijke verspreidingsgebied;

11. „translocatie”: de opzettelijke verplaatsing voor aquacultuurdoeleinden van een plaatselijk niet-voorkomende soort binnen haar natuurlijke verspreidingsgebied naar een gebied waar het voorheen om biologisch-geografische redenen niet voorkwam;

12. „proefuitzetting”: de introductie van een uitheemse soort of de translocatie van plaatselijk niet-voorkomende soorten op beperkte schaal om de ecologische interactie met inheemse soorten en habitats te beoordelen en de in de risicobeoordeling gemaakte hypothesen te evalueren;

13. „aanvrager”: de natuurlijke, rechtspersoon of juridische eenheid die een voorstel tot introductie of translocatie van aquatische organismen indient;

14. „quarantaine”: het proces waarbij aquatische organismen en daarmee samenhorende organismen in volledige afzondering van hun omgeving kunnen worden gehouden;

15. „quarantainevoorziening”: een voorziening waar aquatische organismen en daarmee samenhorende organismen in volledige afzondering van hun omgeving kunnen worden gehouden;

16. „routinematige verplaatsing”: de verplaatsing van aquatische organismen uit een bron met een laag risico op de overdracht van niet-doelsoorten, en die, wegens de kenmerken van het aquatisch organisme en/of de te gebruiken aquacultuurmethode, bijvoorbeeld een gesloten systeem als bedoeld in punt 3, geen gevaar voor nadelige ecologische gevolgen oplevert;

17. „niet-routinematige verplaatsing”: iedere verplaatsing van aquatische organismen die niet aan de criteria voor routinematige verplaatsingen voldoet;

18. „ontvangende lidstaat”: de lidstaat op wiens grondgebied uitheemse soorten worden geïntroduceerd of plaatselijk niet-voorkomende soorten worden getransloceerd;

19. „zendende lidstaat”: de lidstaat vanaf wiens grondgebied de uitheemse soort wordt geïntroduceerd of de plaatselijk niet-voorkomende soort wordt getransloceerd.