Art. 11 Verordening (EG) nr. 708/2007, Verplaatsingen die gevolgen hebben voor naburige lidstaten

Verordening (EG) nr. 708/2007

1. Indien de potentiële of bekende milieu-effecten van een voorgestelde verplaatsing van een organisme zich tot naburige lidstaten zouden kunnen uitstrekken, stelt de bevoegde autoriteit de betrokken lidstaat of lidstaten en de Commissie in kennis van haar voornemen om een vergunning af te geven door deze het desbetreffende ontwerp-besluit, vergezeld van een toelichting en een beknopt verslag van de milieurisicobeoordeling als bedoeld in bijlage II, deel 3, toe te zenden.

2. De overige betrokken lidstaten kunnen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving de Commissie hun schriftelijke opmerkingen doen toekomen.

3. Uiterlijk zes maanden na de kennisgeving gaat de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 33 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 ingestelde Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV) en van het bij Besluit 1999/478/EG ingestelde Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur, over tot bevestiging, weigering of wijziging van het voorgestelde besluit om een vergunning te verlenen.

4. De betrokken lidstaten kunnen het besluit van de Commissie binnen een termijn van 30 dagen voorleggen aan de Raad. Vervolgens beschikt de Raad opnieuw over een termijn van 30 dagen om met gekwalificeerde meerderheid zo nodig een andersluidend besluit te nemen.