Art. 9 Verordening (EG) nr. 708/2007, Niet-routinematige verplaatsing

Verordening (EG) nr. 708/2007

1. Voor niet-routinematige verplaatsingen moet een milieurisicobeoordeling worden verricht als omschreven in bijlage II. De bevoegde autoriteit besluit of de aanvrager dan wel een onafhankelijke instantie wordt belast met de uitvoering van de milieurisicobeoordeling en welke partij hiervan de kosten draagt.

2. Op basis van de milieurisicobeoordeling brengt het raadgevend comité in een beknopt verslag als bedoeld in bijlage II, deel 3, bij de bevoegde autoriteit advies uit over de risico’s. Indien het raadgevend comité het risico gering bevindt, mag de bevoegde autoriteit zonder verdere formaliteiten de vergunning afgeven.

3. Indien het raadgevend comité de risico’s verbonden aan de voorgestelde verplaatsing van aquatische organismen groot of middelmatig acht in de zin van bijlage II, deel 1, onderzoekt het de aanvraag in overleg met de aanvrager om na te gaan of er risicobeperkende procedures of technologieën beschikbaar zijn waardoor het risico laag kan worden gehouden. Het raadgevend comité stuurt de resultaten van zijn onderzoek naar de bevoegde autoriteit met vermelding van de omvang van het risico en de redenen voor een eventuele beperking van het risico in een verslag als bedoeld in bijlage II, deel 3.

4. De bevoegde autoriteit mag alleen vergunningen afgeven voor niet-routinematige verplaatsingen indien de risicobeoordeling, inclusief eventuele risicobeperkende maatregelen, wijzen op een gering risico voor het milieu. Iedere weigering van een vergunning moet naar behoren worden gemotiveerd met wetenschappelijke argumenten of, indien de wetenschappelijke gegevens vooralsnog ontoereikend zijn, op grond van het voorzorgsbeginsel.