Art. 20 Richtlijn 2007/64/EG, Aanwijzing van bevoegde autoriteiten

Richtlijn 2007/64/EG

1. De lidstaten wijzen ofwel overheidsinstanties, ofwel lichamen die erkend zijn bij de nationale wetgeving of door overheidsinstanties die bij de nationale wetgeving daartoe uitdrukkelijk zijn gemachtigd, inclusief nationale centrale banken, aan als de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van een vergunning aan en het uitoefenen van bedrijfseconomisch toezicht op betalingsinstellingen die de taken waarin deze titel voorziet moeten uitoefenen.

De bevoegde autoriteiten zijn zodanig dat onafhankelijkheid van economische organisaties wordt gegarandeerd en dat belangenconflicten worden vermeden. Onverminderd de eerste alinea, worden betalingsinstellingen, kredietinstellingen, instellingen voor elektronisch geld of postscheque- en girodiensten niet aangewezen als bevoegde autoriteiten.

De lidstaten stellen de Commissie van deze aanwijzing in kennis.

2. De lidstaten zien erop toe dat de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten alle bevoegdheden bezitten die nodig zijn voor de vervulling van hun taken.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer op hun grondgebied meer dan een autoriteit bevoegd is voor de onder deze titel vallende aangelegenheden, deze autoriteiten nauw samenwerken zodat zij hun respectieve taken effectief kunnen uitvoeren. Hetzelfde geldt wanneer de voor de onder deze titel vallende aangelegenheden bevoegde autoriteiten niet de bevoegde autoriteiten zijn die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op kredietinstellingen.

4. De in lid 1 genoemde taken van de bevoegde autoriteiten vallen onder de verantwoordelijkheid van de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten.

5. Lid 1 strekt er niet toe dat de bevoegde autoriteiten gehouden zijn toezicht uit te oefenen op andere werkzaamheden van de betalingsinstellingen dan de verlening van de in de bijlage genoemde betalingsdiensten en de werkzaamheden vermeld in artikel 16, lid 1, onder a).