Art. 3 Richtlijn 2009/110/EG, Algemene prudentiële bepalingen

Richtlijn 2009/110/EG

1. Onverminderd deze richtlijn, zijn de artikelen 5 en 10 tot en met 15, artikel 17, lid 7, en de artikelen 18 tot en met 25 van Richtlijn 2007/64/EG van overeenkomstige toepassing op instellingen voor elektronisch geld.

2. Instellingen voor elektronisch geld lichten de bevoegde autoriteiten op voorhand in over elke substantiële wijziging in de maatregelen die worden genomen voor de bescherming van geldmiddelen die zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven.

3. Elke natuurlijke of rechtspersoon die een beslissing heeft genomen om direct of indirect een gekwalificeerde deelneming, als bedoeld in artikel 4, punt 11, van Richtlijn 2006/48/EG, in een instelling voor elektronisch geld te verwerven of vervreemden, of om direct of indirect een dergelijke gekwalificeerde deelneming te vergroten of te verminderen, waardoor het percentage van het door hem gehouden kapitaal of de door hem gehouden stemrechten 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken, onderschrijden of overschrijden, of waardoor de instelling voor elektronisch geld een dochteronderneming zou worden of niet langer een dochteronderneming zou zijn, brengt de bevoegde autoriteiten op de hoogte van zijn intentie, alvorens deze verwerving, vervreemding, verhoging of verlaging plaatsvindt.

De kandidaat-verwerver verstrekt de bevoegde autoriteiten informatie over de grootte van de voorgenomen deelneming en de relevante informatie bedoeld in artikel 19 bis, lid 4, van Richtlijn 2006/48/EG.

Indien de door de in de tweede alinea bedoelde personen uitgeoefende invloed een prudente en gezonde bedrijfsvoering van de instelling zou kunnen belemmeren, maken de bevoegde autoriteiten hun bezwaren hiertegen kenbaar of nemen ze andere passende maatregelen om aan deze toestand een einde te maken. Die maatregelen kunnen bindende aanwijzingen, sancties tegen bestuurders of managers of de schorsing van de uitoefening van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen welke door de betrokken aandeelhouders of vennoten worden gehouden, omvatten.

Soortgelijke maatregelen zijn van toepassing op natuurlijke of rechtspersonen die de in dit lid bedoelde verplichting inzake voorafgaande kennisgeving niet naleven.

Wanneer een deelneming wordt verworven ondanks bezwaar van de bevoegde autoriteiten, bepalen deze autoriteiten, onverminderd andere te treffen sancties, dat de uitoefening van de stemrechten van de verkrijger wordt geschorst of dat de uitgebrachte stemmen nietig zijn of nietig verklaard kunnen worden.

De lidstaten mogen instellingen voor elektronisch geld die één of meer activiteiten opgenomen in artikel 6, lid 1, onder e), verrichten, geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de in dit lid bedoelde verplichtingen, of toestaan dat hun bevoegde autoriteiten zulke ontheffing verlenen.

4. De lidstaten staan toe dat instellingen voor elektronisch geld via natuurlijke of rechtspersonen die namens hen optreden elektronisch geld overmaken en terugbetalen. Indien de instelling voor elektronisch geld elektronisch geld wenst over te maken in een andere lidstaat door een beroep te doen op een dergelijke natuurlijke of rechtspersoon, moeten de procedures van artikel 25 van Richtlijn 2007/64/EG worden gevolgd.

5. Onverminderd het bepaalde in lid 4, geven de instellingen voor elektronisch geld geen elektronisch geld uit via agenten. Instellingen voor elektronisch geld mogen enkel via agenten betalingsdiensten aanbieden als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder a), indien is voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 17 van Richtlijn 2007/64/EG.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen