Art. 28 Verordening (EG) nr. 1975/2006, Inhoud van de controles ter plaatse
Verordening (EG) nr. 1975/2006
1. De lidstaten streven ernaar om door middel van de controles ter plaatse te verifiëren:
a) of voor de betalingen aan de begunstigde steun kan worden gevonden in boekhoudkundige of andere stukken die in het bezit zijn van de instanties of ondernemingen die de gesteunde concrete acties uitvoeren;
b) voor een voldoende aantal uitgavenposten, of de aard en het tijdstip van de betrokken uitgaven aan de communautaire bepalingen voldoen en in overeenstemming zijn met de goedgekeurde specificaties voor de concrete actie en met de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden of geleverde diensten;
c) of het gebruik of beoogde gebruik van de concrete actie strookt met het in de aanvraag voor communautaire steun beschreven gebruik;
d) of de door de overheid gefinancierde concrete acties zijn uitgevoerd in overeenstemming met de communautaire voorschriften en beleidsvormen, in het bijzonder de voorschriften inzake openbare aanbesteding, en met de relevante dwingende normen die in nationale wetgeving of in het programma voor plattelandsontwikkeling zijn vastgesteld.
2. De controles ter plaatse betreffen alle verbintenissen en verplichtingen van de begunstigde die ten tijde van het bezoek kunnen worden gecontroleerd.
3. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden die door de nationale autoriteiten naar behoren worden geregistreerd en toegelicht, wordt als onderdeel van de controles ter plaatse een bezoek gebracht aan de concrete actie of, indien de concrete actie van immateriële aard is, aan de initiatiefnemer van de concrete actie.
4. Alleen de controles die aan alle eisen van het onderhavige artikel voldoen, mogen worden meegerekend om te bepalen of het bij artikel 27, lid 2, vastgestelde controlepercentage is bereikt.