Art. 31 Verordening (EG) nr. 1975/2006, Kortingen en uitsluitingen
Verordening (EG) nr. 1975/2006
1. De betalingen worden berekend op basis van wat subsidiabel blijkt te zijn.
De lidstaat onderzoekt de van de begunstigde ontvangen betalingsaanvraag en bepaalt de subsidiabele bedragen. Hij bepaalt:
a) welk bedrag op basis van uitsluitend de betalingsaanvraag aan de begunstigde moet worden betaald;
b) welk bedrag na een onderzoek naar de subsidiabiliteit van de betalingsaanvraag aan de begunstigde moet worden betaald.
Indien het overeenkomstig punt a) bepaalde bedrag meer dan 3 % hoger is dan het overeenkomstig punt b) bepaalde bedrag, wordt op het overeenkomstig punt b) bepaalde bedrag een korting toegepast. Het bedrag van de korting is gelijk aan het verschil tussen die twee bedragen.
Geen korting wordt evenwel toegepast indien de begunstigde kan aantonen geen schuld te hebben aan de opneming van het niet-subsidiabele bedrag in de aanvraag. De kortingen zijn van overeenkomstige toepassing in het geval van niet-subsidiabele uitgaven die worden ontdekt bij de controles overeenkomstig de artikelen 28 en 30.
2. Indien blijkt dat een begunstigde opzettelijk een valse verklaring heeft afgelegd, wordt de betrokken concrete actie uitgesloten van steun uit het ELFPO en worden alle eventueel reeds voor die concrete actie betaalde bedragen teruggevorderd. Bovendien wordt de begunstigde voor het betrokken ELFPO-jaar en het daaropvolgende ELFPO-jaar uitgesloten van het ontvangen van steun in het kader van dezelfde maatregel.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde straffen gelden onverminderd de verdere straffen waarin nationale voorschriften voorzien.