Art. 27 Verordening (EG) nr. 1975/2006, Controles ter plaatse
Verordening (EG) nr. 1975/2006
1. De lidstaten organiseren controles ter plaatse van goedgekeurde concrete acties op basis van een passende steekproeftrekking. Deze controles worden zoveel mogelijk uitgevoerd vóór de eindbetaling voor het project.
2. De gecontroleerde uitgaven maken ten minste 4 % uit van de overheidsuitgaven die elk jaar aan de Commissie zijn gedeclareerd, en maken ten minste 5 % uit van de in de hele programmeringsperiode aan de Commissie gedeclareerde overheidsuitgaven.
3. Bij de trekking van de overeenkomstig lid 1 te controleren steekproef van goedgekeurde concrete acties wordt met name rekening gehouden met:
a) de noodzaak een passende variatie naar aard en omvang van de concrete acties te controleren;
b) de eventueel bij nationale of communautaire controles geconstateerde risicofactoren;
c) de noodzaak van een evenwichtige spreiding over de assen en maatregelen.
4. De resultaten van de controles ter plaatse worden geëvalueerd om na te gaan of eventuele vastgestelde problemen een systemisch karakter dragen waardoor ook bij andere, vergelijkbare concrete acties en begunstigden of bij andere instanties sprake is van een risico. Tevens moet de evaluatie duidelijkheid verschaffen over de oorzaken van dergelijke situaties, over eventueel vereist nader onderzoek en over het noodzakelijke corrigerende en preventieve optreden.
5. De controles ter plaatse mogen worden aangekondigd, mits het doel van de controle daardoor niet in gevaar wordt gebracht. Bedraagt de termijn tussen de aankondiging en de controle meer dan 48 uur, dan moet die termijn beperkt worden tot het noodzakelijke minimum, afhankelijk van de aard van de maatregel en de medegefinancierde concrete actie.