Art. 26 Verordening (EG) nr. 1975/2006, Administratieve controles

Verordening (EG) nr. 1975/2006

1. Alle steun- of betalingsaanvragen worden onderworpen aan administratieve controles die alle elementen betreffen waarvoor het mogelijk en passend is deze met administratieve middelen te controleren. De procedures schrijven voor dat de verrichte controlewerkzaamheden, de verificatieresultaten en de ten aanzien van afwijkingen genomen maatregelen worden geregistreerd.

2. Bij de administratieve controles van steunaanvragen worden met name geverifieerd:

a) de subsidiabiliteit van de concrete actie waarvoor steun wordt aangevraagd;

b) de inachtneming van de in het programma voor plattelandsontwikkeling bepaalde selectiecriteria;

c) de overeenstemming van de concrete actie waarvoor steun wordt aangevraagd, met de geldende nationale en communautaire voorschriften betreffende in het bijzonder, en voor zover relevant, overheidsopdrachten, staatssteun en de andere toepasselijke dwingende normen die in nationale wetgeving of in het programma voor plattelandsontwikkeling zijn vastgesteld;

d) de redelijkheid van de in de aanvraag vermelde kosten, die worden geëvalueerd met behulp van een geschikt evaluatiesysteem zoals referentiekosten, een vergelijking van verschillende offertes of een evaluatiecomité;

e) de betrouwbaarheid van de aanvrager in het licht van eventuele eerdere medegefinancierde in of na 2000 ondernomen concrete acties (verrichtingen).

3. Bij de administratieve controles van de betalingsaanvragen worden met name, en voor zover dat voor de betrokken aanvraag dienstig is, geverifieerd:

a) de levering van de medegefinancierde producten en diensten;

b) het reële karakter van de in de aanvraag vermelde uitgaven;

c) de voltooide concrete actie vergeleken met de concrete actie waarvoor de steunaanvraag was ingediend en de steun was toegekend.

4. Als onderdeel van de administratieve controles betreffende investeringsacties wordt ten minste één bezoek gebracht aan de gesteunde concrete actie of de locatie van de investering om de uitvoering van de investering te controleren.

De lidstaat kan echter besluiten van een dergelijk bezoek af te zien voor kleinere investeringen of in de gevallen waarin hij van mening is dat er slechts een klein risico bestaat dat de voorwaarden voor het ontvangen van steun niet zijn vervuld of niet is voldaan aan de eis dat de investering een reëel karakter moet dragen. Dit besluit en de motivering ervan worden geregistreerd.

5. De door de begunstigden verrichte betalingen worden gestaafd door facturen en bewijsstukken van de betaling. Waar dit niet mogelijk is, worden de betalingen gestaafd door stukken met vergelijkbare bewijskracht.

6. Van de administratieve controles maken procedures deel uit om een onregelmatige dubbele financiering waarbij ook in het kader van andere communautaire of nationale regelingen of andere programmeringsperioden een financiering wordt verkregen, te voorkomen. In de gevallen waarin een financiering uit andere bronnen bestaat, wordt er bij die controles op toegezien dat de in totaal ontvangen steun niet hoger is dan de toegestane steunmaxima.

7. Voor de steun in het kader van door de lidstaten erkende voedselkwaliteitsregelingen zoals bedoeld in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 kunnen de betaalorganen in voorkomend geval van andere diensten, instanties of organisaties ontvangen bewijsmateriaal gebruiken om na te gaan of aan de subsidiabiliteitscriteria is voldaan. Zij moeten echter de zekerheid hebben dat de dienst, instantie of organisatie werkt volgens normen die voldoende zijn om te kunnen controleren of de subsidiabiliteitscriteria in acht zijn genomen.