Art. 32 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Opstelling en goedkeuring van operationele programma's
Verordening (EG) nr. 1083/2006
1. Het optreden van de fondsen in de lidstaten verloopt via operationele programma's die passen in het nationale strategische referentiekader. Elk operationeel programma heeft betrekking op een periode tussen 1 januari 2007 en 31 december 2013. Een operationeel programma heeft slechts betrekking op een van de drie in artikel 3 bedoelde doelstellingen, tenzij de Commissie en de lidstaat daarover anders beslissen.
2. Elk operationeel programma wordt opgesteld door de lidstaat of een door de lidstaat aangewezen instantie, in samenwerking met de in artikel 11 bedoelde partners.
3. Zo spoedig mogelijk, en uiterlijk vijf maanden na de aanneming van de communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie bedoeld in artikel 26, dient de lidstaat bij de Commissie een voorstel voor een operationeel programma in dat alle in artikel 37 bedoelde onderdelen bevat.
4. De Commissie beoordeelt het voorgestelde operationele programma om na te gaan of het bijdraagt tot de doelstellingen en de prioriteiten van het nationale strategische referentiekader en tot de communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie. Indien de Commissie binnen twee maanden na ontvangst van het operationele programma van oordeel is dat een operationeel programma niet bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het nationale strategische referentiekader en de communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie, kan zij de lidstaat verzoeken haar alle nodige aanvullende informatie ter beschikking te stellen en in voorkomend geval het voorgestelde programma dienovereenkomstig te herzien.
5. De Commissie keurt zo spoedig mogelijk, en uiterlijk vier maanden na de formele indiening ervan door de lidstaat, doch evenwel niet vóór 1 januari 2007, elk operationeel programma goed.