Art. 35 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Geografisch toepassingsgebied

Verordening (EG) nr. 1083/2006

1. De operationele programma's die in het kader van de convergentiedoelstelling worden ingediend, worden opgesteld op het passende geografische niveau, en minstens op het regionale niveau NUTS II.

De operationele programma's die in het kader van de convergentiedoelstelling worden ingediend en waaraan het Cohesiefonds bijdraagt, worden op nationaal niveau opgesteld.

2. De operationele programma's die in het kader van de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid” worden ingediend, worden voor regio's die in aanmerking komen voor financiering uit het EFRO, opgesteld op de regionale niveaus NUTS I of NUTS II volgens de eigen institutionele inrichting van de lidstaat, tenzij de Commissie en de lidstaat daarover anders beslissen. Als de operationele programma's uit het ESF worden gefinancierd, worden zij door de lidstaat op het passende niveau opgesteld.

3. De operationele programma's die in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” voor grensoverschrijdende samenwerking worden ingediend, worden in de regel opgesteld per grens of groep grenzen in een passende groepering op het niveau NUTS III, met inbegrip van enclaves. De operationele programma's die in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” voor transnationale samenwerking worden ingediend, worden opgesteld op het niveau van de zones voor transnationale samenwerking. De programma's voor interregionale samenwerking en uitwisseling van ervaringen hebben betrekking op het gehele grondgebied van de Gemeenschap.