Art. 37 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Operationele programma's voor de Convergentiedoelstelling en voor de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid”

Verordening (EG) nr. 1083/2006

1. Operationele programma's voor de convergentiedoelstelling en voor de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid” bevatten:

a) een analyse van de situatie van het subsidiabele gebied of de subsidiabele sector wat de sterke en de zwakke punten betreft, en de strategie die op basis daarvan is gekozen;

b) de motivering van de gekozen prioriteiten in het licht van de communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie, het nationale strategische referentiekader, alsmede de resultaten die blijkens de in artikel 48 bedoelde voorafgaande evaluatie mogen worden verwacht;

c) gegevens over de prioritaire assen en de bijbehorende specifieke doelen. Deze doelstellingen worden gekwantificeerd aan de hand van een beperkt aantal indicatoren voor de output en de resultaten, waarbij rekening wordt gehouden met het evenredigheidsbeginsel. De indicatoren moeten het mogelijk maken de vorderingen ten opzichte van de uitgangssituatie te meten, alsmede de doeltreffendheid van de doelstellingen waarmee de prioritaire assen worden uitgevoerd;

d) ter informatie een indicatieve uitsplitsing per categorie van het geprogrammeerde gebruik van de bijdragen uit de fondsen aan het operationele programma overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen van deze verordening die de Commissie volgens de in artikel 103, lid 3, bedoelde procedure heeft vastgesteld;

e) een financieringsplan met twee tabellen:

i) een eerste tabel waarin het voor de bijdrage uit elk fonds beoogde totaalbedrag overeenkomstig de artikelen 52, 53 en 54 per jaar wordt uitgesplitst. In het financieringsplan wordt afzonderlijk aangegeven welke kredieten binnen de totale jaarlijkse bijdrage uit de structuurfondsen worden uitgetrokken voor regio's die overgangssteun ontvangen. De per jaar geplande bijdrage uit de fondsen moet verenigbaar zijn met het geldende financiële kader, rekening houdend met de in punt 6 van bijlage II vastgestelde degressieve ontwikkeling van de kredieten,

ii) een tweede tabel waarin voor de gehele programmeringsperiode, zowel voor het operationele programma als voor elk prioritair as, het bedrag van de totale financiële bijdrage van de Gemeenschap en van de daartegenover te stellen nationale bijdragen wordt aangegeven, alsmede het percentage dat uit de fondsen wordt bijgedragen. Indien de nationale bijdrage overeenkomstig artikel 53 uit publieke en private uitgaven bestaat, bevat de tabel een indicatieve uitsplitsing van de publieke en de private uitgaven. Indien de nationale bijdrage overeenkomstig artikel 53 uit publieke uitgaven bestaat, bevat de tabel het bedrag van de nationale publieke bijdrage. Ter informatie moet ook de bijdrage uit de EIB en de andere bestaande financieringsinstrumenten worden vermeld;

f) waar relevant gegevens over de complementariteit met de maatregelen die worden gefinancierd uit het ELFPO en met die welke worden gefinancierd uit het EVF;

g) de regelingen voor de tenuitvoerlegging van het operationele programma, die omvatten:

i) de aanwijzing door de lidstaat van alle in artikel 59 genoemde instanties of, als de lidstaat de in artikel 74 omschreven mogelijkheid toepast, de aanwijzing van andere instanties en de vaststelling van andere procedures overeenkomstig artikel 74,

ii) een beschrijving van de toezicht- en evaluatiesystemen,

iii) inlichtingen over de instantie die bevoegd is voor het ontvangen van de door de Commissie verrichte betalingen, en een of meer instanties die verantwoordelijk zijn voor het verrichten van de betalingen aan de begunstigden,

iv) een omschrijving van de procedures voor de beschikbaarstelling en de overmaking van de financiële middelen, om de doorzichtigheid van deze geldstromen te waarborgen,

v) de elementen gericht op publiciteit en voorlichting omtrent het operationele programma als bedoeld in artikel 69,

vi) een beschrijving van de tussen de Commissie en de lidstaat overeengekomen procedures voor de uitwisseling van computergegevens om te kunnen voldoen aan de in deze verordening gestelde eisen met betrekking tot de betaling, het toezicht en de evaluatie;

h) een indicatieve lijst van de grote projecten in de zin van artikel 39 die in de programmeringsperiode ter goedkeuring aan de Commissie zullen worden voorgelegd.

2. De operationele programma's voor vervoersinfrastructuur en milieu die gezamenlijk uit het EFRO en het Cohesiefonds worden gefinancierd, bevatten een prioritair as van elk fonds en worden gefinancierd via een specifieke vastlegging per Fonds.

3. Onverminderd artikel 5, laatste alinea, van Verordening (EG) nr. 1080/2006 wordt in elk operationeel programma in het kader van de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid” een verantwoording gegeven voor de thematische, geografische en financiële concentratie op de prioriteiten die zijn vastgesteld in respectievelijk artikel 5 van die verordening en artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1081/2006.

4. Daarnaast bevatten de uit het EFRO gefinancierde operationele programma's voor de convergentiedoelstelling en de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid”:

a) in voorkomend geval, gegevens over de aanpak van duurzame stedelijke ontwikkeling;

b) een specifiek prioritair as voor de maatregelen die worden gefinancierd uit de in punt 20 van bijlage II bedoelde extra toewijzing, in operationele programma's voor bijstandsverlening aan de ultraperifere regio's.

5. Operationele programma's waarop een of meer van de in de aanvullende bepaling van bijlage II bedoelde specifieke toewijzingen betrekking hebben, moeten informatie bevatten over de procedures die moeten worden gevolgd bij de toewijzing van en het toezicht op deze specifieke toewijzingen.

6. Op initiatief van de lidstaat kunnen de uit het EFRO gefinancierde operationele programma's, wat de convergentiedoelstelling en de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid” betreft, ook de volgende elementen bevatten:

a) de lijst van de steden die gekozen zijn voor de aanpak van de stadsproblematiek en de procedures voor subdelegatie aan de stedelijke autoriteiten, eventueel via een globale subsidie;

b) acties voor interregionale samenwerking met ten minste één regio of plaatselijke overheden van een andere lidstaat per regionaal programma.

7. Op initiatief van de betrokken lidstaat kunnen de operationele programma's van het ESF, wat de convergentiedoelstelling en de doelstelling „Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid” betreft, ook een horizontale aanpak of een specifieke prioriteit voor interregionale en transnationale acties bevatten waarbij de nationale, regionale of lokale autoriteiten van ten minste één andere lidstaat betrokken zijn.