Art. 28 Verordening (EG) nr. 1083/2006, Opstelling en goedkeuring

Verordening (EG) nr. 1083/2006

1. De lidstaat stelt zijn nationale strategische referentiekader op na raadpleging van de relevante partners, zoals bepaald in artikel 11, op de wijze die hij het meest passend acht en in overeenstemming met zijn institutionele inrichting. Het nationale referentiekader heeft betrekking op de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013.

De lidstaat stelt zijn nationale strategische referentiekader op in overleg met de Commissie ter waarborging van een gemeenschappelijke aanpak.

2. Elke lidstaat zendt zijn nationale strategische referentiekader binnen vijf maanden na de aanneming van de communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie toe aan de Commissie. De Commissie neemt binnen drie maanden na ontvangst van het kader nota van de nationale strategie en de prioritaire thema's die voor bijstandsverlening uit de fondsen zijn gekozen en formuleert, in voorkomend geval, opmerkingen.

De lidstaat kan terzelfder tijd het nationale strategische referentiekader en de in artikel 32 bedoelde operationele programma's indienen.

3. Vóór of bij de vaststelling van de in artikel 32, lid 5, bedoelde operationele programma's neemt de Commissie na overleg met de lidstaat een besluit met betrekking tot:

a) de lijst van operationele programma's bedoeld in artikel 27, lid 4, onder c);

b) de indicatieve jaarlijkse toewijzing uit elk fonds per programma bedoeld in artikel 27, lid 4, onder e);

c) alleen voor de convergentiedoelstelling, het uitgavenpeil dat de garantie biedt dat het in artikel 15 bedoelde additionaliteitsbeginsel in acht wordt genomen, alsmede de activiteiten die zijn gepland om de bestuursefficiëntie bedoeld in artikel 27, lid 4, onder f), i), te versterken.