Art. 5 Verordening (EG) nr. 493/2006, Raffinagesteun
1. Aan de raffinaderijen wordt aanpassingssteun verleend voor preferentiële ruwe rietsuiker die wordt ingevoerd in het kader van Protocol nr. 3 betreffende ACS-suiker, gehecht aan bijlage IV bij de in Cotonou op 23 juni 2000 ondertekende ACS-EU-partnerschapsovereenkomst (14), en die uit hoofde van de leveringsperiode 2005/2006 wordt geraffineerd tussen 1 juli 2006 en 30 september 2006.
Deze steun wordt aan de raffinaderijen betaald. Hij geldt voor de in Verordening (EG) nr. 180/2006 bedoelde en op 1 juli 2006 nog niet geraffineerde hoeveelheden, en komt in de plaats van de in artikel 38, leden 1, 2 en 4, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde steun.
2. Verordening (EG) nr. 1646/2001 is van toepassing op de uit hoofde van de leveringsperiode 2005/2006 geraffineerde preferentiële suiker.
3. Behalve in geval van overmacht, moet bij overschrijding in het verkoopseizoen 2005/2006 van de in artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 vastgestelde geraamde maximale behoeften van een lidstaat, voor de hoeveelheid waarmee deze behoeften zijn overschreden, een bedrag worden betaald dat overeenkomt met het volledige invoerrecht dat in het betrokken verkoopseizoen van toepassing is, vermeerderd met 115,40 EUR per ton wittesuikerequivalent.
4. Verordening (EG) nr. 1460/2003 is van toepassing met betrekking tot de controle en, in voorkomend geval, de eventuele gevolgen van de in lid 3 van dit artikel bedoelde overschrijding van de geraamde maximale behoeften van de raffinaderijen.
5. In dit artikel wordt onder raffinaderij verstaan een technische eenheid waarvan de enige activiteit bestaat in het raffineren van hetzij ruwe suiker, hetzij stropen die een tussenstadium in de productie van vaste suiker vormen.