Art. 34 Richtlijn 2005/60/EG

Richtlijn 2005/60/EG

1. De lidstaten vereisen dat de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen adequate en passende beleidslijnen en procedures invoeren op het gebied van het klantenonderzoek, de melding van verdachte transacties, het bewaren van bewijsstukken, de interne controle, de risicobeoordeling, het nalevingsbeheer („compliance”) en de communicatie om verrichtingen die met het witwassen van geld of met financiering van terrorisme verband houden, te voorkomen en te verhinderen.

2. De lidstaten vereisen dat de onder deze richtlijn vallende krediet- en financiële instellingen de desbetreffende beleidslijnen en procedures in voorkomend geval meedelen aan hun in derde landen gevestigde bijkantoren en dochterondernemingen waarin zij een meerderheidsbelang hebben.